Graag gelezen: H is for Hawk – Helen Macdonald

donderdag 9 juni 2016

O, wat een prachtig boek is dit.
In H is for Hawk (De H is van havik) beschrijft Helen Macdonald hoe ze na de plotse dood van haar vader een havik koopt om die af te richten. Het is voor haar een manier om met haar rouwproces om te gaan, waardoor ze haar focus weer naar buiten kan richten, naar iets anders dan al haar rauwe, donkere emoties.

Het boek is autobiografische non-fictie, maar wel op een heel literaire manier geschreven. Dit is echt een boek voor potloodlezers. Mijn exemplaar staat volgestreept. Een citaat om de leeslust op te wekken: ‘Looking for goshawks is like looking for grace: it comes, but not often, and you don’t get to say when or how.

Wat er zo mooi aan is, is onder andere de manier waarop Macdonald de havik beschrijft en observeert. Daar spreekt zoveel liefde voor het dier uit. Ervaring ook, want ze had al eerder roofvogels afgericht. De manier waarop ze stap voor stap het temmen en africhten beschrijft, is ongelooflijk fascinerend. Je ziet echt een partnerschap in wording. De manier waarop ze de kleurnuances in de veren van de vogel beschrijft, of haar stemmingen afleest uit haar ogen en haar gedrag … Gewoon prachtig.

In schril contrast daarmee staat een andere verhaallijn: die over Terence Hanbury White (beter bekend als T.H. White, auteur van The Once and Future King / Arthur, koning voor eens en altijd, in het Nederlands alleen nog tweedehands te verkrijgen). White publiceerde in 1951 het boek The Goshawk (de Nederlandse vertaling De havik verschijnt eerstdaags). Daarin beschreef hij zijn eigen pogingen om een havik te temmen. White had geen eerdere ervaring met roofvogels, enkel een aantal oude handboeken over valkerij waarop hij zich baseerde, en zijn pogingen verliepen blijkbaar nogal desastreus en wreed. Voor mij was dit een ontnuchterend – maar niettemin fascinerend – deel van het boek, want The Once and Future King is een van mijn lievelingsboeken, dus het was voor een groot deel een ontmythologisering van White als persoon. (Het toeval wil dat ik nog een oude editie van het boek heb, die nu niet meer te krijgen is, met op de cover Arthur die een havik laat opvliegen van op zijn vuist.) Macdonald kadert Whites geschiedenis breder dan enkel het boek The Goshawk – ze put ook uit zijn dagboeken en andere boeken van hem.

Het contrast tussen Macdonald en White, elk in de weer met hun eigen havik, kan niet groter zijn. Soms vroeg ik mij af of het gedeelte over White niet te veel gewicht kreeg, maar enerzijds laat die verhaallijn juist duidelijker de diepte zien van de band die ontstaat tussen Helen Macdonald en haar havik Mabel, iets wat je anders misschien als vanzelfsprekend zou beschouwen. Anderzijds zit er ook wel een grote portie mededogen in haar beschrijving van White, al waren er ook veel momenten waarop ik dacht: ‘Wat een vreselijke man. Hoe kán hij!’ Maar dat is het net: ze beschrijft hoe hij kan doen wat hij doet, omdat ze zijn persoonlijkheid analyseert (in psychoanalytische zin) en duidt hoe hij komt tot wat hij doet. Het gaf mij in elk geval veel zin om The Once and Future King te herlezen. Wie dit boek ooit gelezen heeft, zal de passage waarin Kay en de Wart het bos in gaan met de havik Cully nooit meer kunnen lezen zonder er het verhaal van White met zijn havik Gos in te zien.

De derde rode draad in het boek is Macdonalds rouwverwerking rond haar vader, haar herinneringen aan hem, en hoe ze langzamerhand uit de diepe put van rouw klimt en meer vrede vindt rond zijn afwezigheid.

Een heel grote aanrader, dit boek. Ik had niet verwacht dat ik het zo goed zou vinden, want vond het een raar uitgangspunt voor een boek, maar het was een heerlijke revelatie. Zelden zo meegesleept geweest door non-fictie.


Schrijven in tijdsblokken

zondag 25 augustus 2013


Een tijd geleden postte iemand op mijn Facebookpagina een link naar een verhaal over een beroemde copywriter, Eugene Schwartz, die een simpel maar doeltreffend systeem had om te werken: hij zette elke dag zijn wekker zes keer op 33’33″ en verplichtte zichzelf om gedurende die tijd op zijn stoel te blijven zitten en niets anders te doen dan bezig te zijn met de opdracht die voor hem lag. Zes korte tijdsblokken van gefocust werk. ‘Iets voor jou?’ vroeg degene die het bericht gepost had.

Ik besloot het uit te proberen en constateerde: inderdaad iets voor mij. Ik verlengde de tijdsblokken wel tot 40 minuten, omdat dat iets eenvoudiger rekent en omdat 33 minuten net te kort bleek – zodra ik goed op dreef was, moest ik weer stoppen. 40 minuten bleek beter aan te sluiten bij mijn natuurlijke intellectuele spanningsboog.

Maar wat een geweldig principe! Ik constateerde heel snel dat mijn focus sterker werd. Meer zelfs: tussen twee ‘shifts’ in was ik minder afgeleid, minder geneigd om op Facebook te gaan kijken of e-mails te gaan lezen. Ik dwong mezelf om tussen twee schrijf- of redactierondes op te staan, wat rond te wandelen en bewust even mijn gedachten los te maken van mijn werk. Maar ik merkte algauw dat ik zelfs in die pauzes erop gebrand was weer verder te werken, omdat ik zo gefocust was in die korte maar gerichte tijdspannes. Elk tijdsblok leverde resultaat op, en op dat resultaat wilde ik verder bouwen.

Aan de weg timmeren

Ik merkte nog een ander voordeel op, namelijk dat er niet langer zoiets als een ‘moeilijke’ opdracht bestond. Alles werd behapbaar in tijdsblokken van maximum 40 minuten. In die tijd hoefde ik geen bergen te verzetten, geen verpletterend proza te schrijven, geen glasheldere argumenten neer te zetten waar niemand meer iets tegenin kon brengen. Neen, in die 40 minuten moest ik gewoon verder timmeren aan de weg.

40 minuten is voldoende tijd om een paar paragrafen te schrijven. En een paar paragrafen zijn genoeg om het gevoel te hebben dat je iets substantieels hebt gedaan, iets constructiefs wat de moeite is om op verder te werken. 40 minuten kunnen lang zijn als je even zonder inspiratie zit, maar niet zo lang dat je het gevoel hebt in een gevangenis van tijd te zijn opgesloten. 40 minuten zijn doenbaar, overbrugbaar. Je hoeft je natuurlijke neiging tot afleiding niet voor altijd opzij te zetten, maar gewoon voor even. Voor je het weet zit je in een drive en gaat de wekker. En vloek je binnensmonds omdat je net zo goed op dreef was.

Maar dan is het de kunst om weer op te staan en van je werk weg te lopen. Want de ‘gedwongen’ pauzes dwingen je om je mentale batterijen weer op te laden. Als je schrijft tot je mentaal leeg bent, duurt het veel langer om je hersenen weer op te laden. Je bent vermoeider, je hebt veel langer nodig om weer tot werken in staat te zijn. Als je stopt voor je echt moe bent, recupereer je veel makkelijker en vind je je mentale balans sneller terug.

Werken is voor mij veel prettiger geworden op deze manier. Als ik schrijf of redigeer, ben ik gefocust. Als ik ontspan, zet ik zonder schuldgevoel mijn werk van mij af. Omdat ik weet dat ik straks weer herbegin voor een hanteerbare tijdsperiode. Niet voor uren aan een stuk, maar voor 40 minuten per keer.

Wel bepaal ik voor mijzelf een minimum aantal tijdsblokken dat ik per dag wil halen. Maar ook een maximum. En zo wordt werken – zelfs aan ‘moeilijke’ opdrachten – een heel stuk makkelijker. En aangenamer vooral. Werk en rust in balans.

Bedankt, Eugene Schwartz, voor zo’n geniaal eenvoudig principe. En vooral ook bedankt, Kenny Vermeulen, om mij hierop attent te maken.

Voor wie het zelf wil uitproberen: kies een tijdsduur die comfortabel aanvoelt voor jou, experimenteer met het aantal tijdsblokken dat je zo per dag wilt werken, en vind het juiste evenwicht. Veel plezier en productiviteit gewenst!

P.S. Deze blogpost is geschreven in twee tijdsblokken: een voor de ruwe tekst, een voor redactie en het kiezen van beeldmateriaal.


Oh, Saturday

zaterdag 8 oktober 2011

Oh Saturday, how do I love thee? Let me count the ways.
I love thee because the phone does not ring, the e-mail does not pling, the deadline keeps its silence, time stretches forever, chores get done, films get watched, books get read, souls get nourished and relaxed minds flourish. Bodies take it easy, daydreams weave their way, obligations vanish into thin air. I love thee with a love profound, oh Saturday.


Magic / Magie

zondag 11 april 2010

Oh, that moment of magic when a text finally clicks into place…

Het magische moment waarop een tekst eindelijk op zijn plaats valt…


Experience

zaterdag 9 januari 2010

Experience is what you have after you needed it.