Graag gelezen: H is for Hawk – Helen Macdonald

donderdag 9 juni 2016

O, wat een prachtig boek is dit.
In H is for Hawk (De H is van havik) beschrijft Helen Macdonald hoe ze na de plotse dood van haar vader een havik koopt om die af te richten. Het is voor haar een manier om met haar rouwproces om te gaan, waardoor ze haar focus weer naar buiten kan richten, naar iets anders dan al haar rauwe, donkere emoties.

Het boek is autobiografische non-fictie, maar wel op een heel literaire manier geschreven. Dit is echt een boek voor potloodlezers. Mijn exemplaar staat volgestreept. Een citaat om de leeslust op te wekken: ‘Looking for goshawks is like looking for grace: it comes, but not often, and you don’t get to say when or how.

Wat er zo mooi aan is, is onder andere de manier waarop Macdonald de havik beschrijft en observeert. Daar spreekt zoveel liefde voor het dier uit. Ervaring ook, want ze had al eerder roofvogels afgericht. De manier waarop ze stap voor stap het temmen en africhten beschrijft, is ongelooflijk fascinerend. Je ziet echt een partnerschap in wording. De manier waarop ze de kleurnuances in de veren van de vogel beschrijft, of haar stemmingen afleest uit haar ogen en haar gedrag … Gewoon prachtig.

In schril contrast daarmee staat een andere verhaallijn: die over Terence Hanbury White (beter bekend als T.H. White, auteur van The Once and Future King / Arthur, koning voor eens en altijd, in het Nederlands alleen nog tweedehands te verkrijgen). White publiceerde in 1951 het boek The Goshawk (de Nederlandse vertaling De havik verschijnt eerstdaags). Daarin beschreef hij zijn eigen pogingen om een havik te temmen. White had geen eerdere ervaring met roofvogels, enkel een aantal oude handboeken over valkerij waarop hij zich baseerde, en zijn pogingen verliepen blijkbaar nogal desastreus en wreed. Voor mij was dit een ontnuchterend – maar niettemin fascinerend – deel van het boek, want The Once and Future King is een van mijn lievelingsboeken, dus het was voor een groot deel een ontmythologisering van White als persoon. (Het toeval wil dat ik nog een oude editie van het boek heb, die nu niet meer te krijgen is, met op de cover Arthur die een havik laat opvliegen van op zijn vuist.) Macdonald kadert Whites geschiedenis breder dan enkel het boek The Goshawk – ze put ook uit zijn dagboeken en andere boeken van hem.

Het contrast tussen Macdonald en White, elk in de weer met hun eigen havik, kan niet groter zijn. Soms vroeg ik mij af of het gedeelte over White niet te veel gewicht kreeg, maar enerzijds laat die verhaallijn juist duidelijker de diepte zien van de band die ontstaat tussen Helen Macdonald en haar havik Mabel, iets wat je anders misschien als vanzelfsprekend zou beschouwen. Anderzijds zit er ook wel een grote portie mededogen in haar beschrijving van White, al waren er ook veel momenten waarop ik dacht: ‘Wat een vreselijke man. Hoe kán hij!’ Maar dat is het net: ze beschrijft hoe hij kan doen wat hij doet, omdat ze zijn persoonlijkheid analyseert (in psychoanalytische zin) en duidt hoe hij komt tot wat hij doet. Het gaf mij in elk geval veel zin om The Once and Future King te herlezen. Wie dit boek ooit gelezen heeft, zal de passage waarin Kay en de Wart het bos in gaan met de havik Cully nooit meer kunnen lezen zonder er het verhaal van White met zijn havik Gos in te zien.

De derde rode draad in het boek is Macdonalds rouwverwerking rond haar vader, haar herinneringen aan hem, en hoe ze langzamerhand uit de diepe put van rouw klimt en meer vrede vindt rond zijn afwezigheid.

Een heel grote aanrader, dit boek. Ik had niet verwacht dat ik het zo goed zou vinden, want vond het een raar uitgangspunt voor een boek, maar het was een heerlijke revelatie. Zelden zo meegesleept geweest door non-fictie.


Graag gelezen: Het diner – Herman Koch

donderdag 2 mei 2013

Het diner lag al een tijdje op mijn tafel te wachten om gelezen te worden. Te chambreren, zeg maar, tot ik tijd zou hebben om mij weer eens in een roman te verdiepen. Eindelijk kwam die tijd, ik verdiepte mij erin en las hem in een paar avonden uit. Heerlijk pageturnen.

Veel ga ik er niet over zeggen, over de inhoud, want zelf haat ik het ook altijd om spoilers te lezen waarin de halve plot te grabbel wordt gegooid. Laten we het hierop houden: twee echtparen gaan uit eten in een chic restaurant. Ze praten over van alles en nog wat, behalve waar ze het eigenlijk over zouden moeten hebben.

Aanvankelijk is het leuk: een denigrerend toontje, sarcastische observaties, spitsvondigheden, best wel aardig. Na een pagina of tachtig dacht ik: ‘Nah, dit hebben we wel gehad. Ik heb het techniekje nu wel door. Leuke stijl, maar toch vooral een stijltje. Beetje maniëristisch – komt er nog wat?’ Als een diner waarbij je toch wat op je honger blijft zitten.

Maar dan draait het verhaal zich langzamerhand binnenstebuiten – het ontvouwt zich vanuit zijn donkere krochten, die eerst nog onzichtbaar zijn. Het wordt stapsgewijs opgebouwd, als een toren van dominosteentjes die een voor een tegen elkaar aan worden gezet. Elk detail krijgt betekenis in retrospectie, en stuk voor stuk worden de blinde vlekken ingevuld. En dan wordt ook het belang van dat stijltje duidelijk.

Hoe het verhaal en de personages in elkaar zitten, dat ga ik hier echt niet vertellen, of alle leesplezier is eraf. Maar laten we het hierop houden: het is smullen eens het geheel zich ontvouwt. Of toch niet echt – eerder een bittere smaak in de mond, dan weer een grimas, waarbij je iets zou willen uitspuwen maar geen onopvallende recipiënt bij de hand hebt, dus slik je het tegen wil en dank maar door. En ondanks dat wil je maar één ding: doorlezen, om te weten hoe het verder gaat.

Ik vond het een goed boek. En blijkbaar ben ik niet de enige, want ondertussen is het internationaal doorgebroken, is er een theaterbewerking van gemaakt en is er een verfilming in de maak. Benieuwd hoe de gedachtenmeanders van de verteller in visuele taal zullen worden omgezet…

O ja, ook dit nog. Uit eten gaan wordt nooit meer hetzelfde hierna. Toen ik laatst ging lunchen, verwachtte ik half dat de serveerster met haar pink naar mijn bord zou wijzen en zeggen: ‘Dit is bulgur. De kaas in de quiche is gemaakt van melk van koeien die altijd buiten hebben gelopen. En deze witlof is afkomstig van een bioboerderij uit Oostkamp.’ Maar helaas, het bleef bij een niet-mededeelzaam ‘Smakelijk’.


100 kindervragen

zaterdag 22 december 2012

Héél erg op de valreep, maar wellicht toch een nuttige cadeautip voor wie nog op zoek is naar een kinderboek.

Bij Stichting Kunstboek is recent een reeks kinderboekjes verschenen onder de noemer ’100 kindervragen’. In elk daarvan worden honderd vragen van kinderen over een bepaald onderwerp beantwoord door experts terzake die vaak met kinderen omgaan. Tot nu toe verschenen vier titels:

  • De boerderij
  • Voetbal
  • De zee
  • Sterren en planeten

    Het leuke en originele aan het concept is dat de vragen echt van kinderen zelf komen. Dat zorgt voor een verfrissende en onbevangen kijk. Een greep uit de vragen: Hoe komt het dat een bok altijd stinkt? Is het belangrijk dat een voetballer zijn kousen hoog optrekt? Hoe zwemt een schelp? Kan je in het ruimtestation naar de dokter?

    Om maar te zeggen: je merkt meteen dat hier geen grote, wijze volwassene zat te bedenken wat nu eens een interessante vraag zou kunnen zijn voor een kind.

    Wat ze wel doen, die slimme volwassenen, is de vragen op een heel heldere, beknopte manier beantwoorden. Geen evidentie, want soms gaat het om wetenschappelijke of erg technische materie die in eenvoudige, verstaanbare bewoordingen moet uitgelegd worden. Maar de auteurs zijn er stuk voor stuk in geslaagd om moeilijke dingen op een heel simpele, aantrekkelijke manier uit te leggen.

    Ten bewijze: als zelfs een voetbalhater als ik het boekje over voetbal razend interessant vond, dan wil dat wat zeggen! Als tekstchirurg heb ik mij dan ook met heel veel plezier over deze reeks gebogen voor de eindredactie.

    Een aanrader om nieuwsgierige kinderen nog snel een heel fijn, interessant boekje cadeau te doen.


  • Merlijn en het sluiten van de poorten

    vrijdag 14 december 2012


    Dit is met voorsprong het bijzonderste boek dat ik het afgelopen jaar mocht redigeren. En misschien al in mijn hele carrière.

    Het gebeurt maar zelden dat ik zo zit te wikken en te wegen over een komma: zal ik hem weglaten of toch houden? Weg, weer terug, en nog een keer. Om dan te besluiten dat hij toch goed stond. Zo ging het vaak met dit boek. Ook met woorden, waarvan ik na wissen en weer plakken toch moest constateren dat ze precies goed stonden.

    Enfin, het was een plezier om met dit boek in de weer te zijn. Maar ook niet altijd een onversneden plezier, want soms was het ook echt werken. En dan bedoel ik niet gewoon het tekstwerk, maar ook innerlijk transformatiewerk.

    Want zo’n boek is het wel, dit. Het laat je niet onberoerd. Het is mij nog niet vaak overkomen dat ik midden in een redactie even een paar keer met de auteur moest overleggen om mezelf weer op te lappen omdat de inhoud zoveel losmaakte in mij. Zo’n boek is dit dus wel. Het leest niet als een pageturner – wel integendeel, je leest en proeft, laat bezinken, moet het een paar dagen aan de kant leggen en dan weer ter hand nemen om verder te doen waar je was gebleven. Om dan te constateren dat je niet meer dezelfde bent als waar je was gebleven toen je de laatste keer dit boek ter hand nam.

    Want zo’n boek is het wel. Het kneedt je en transformeert je terwijl je leest.

    Ik kan er eigenlijk weinig over vertellen, want het is vooral een boek dat je moet ervaren. Maar als je van elfen, draken en magiërs houdt, dan zit de kans er dik in dat Merlijn en het sluiten van de poorten je zal aanspreken. Het boek is van de hand van Veronika Reniers en is uitgegeven bij Het Oude Volk. Op de website van de uitgeverij kun je de eerste hoofdstukken inkijken, en als je dan verkocht bent, dan weet je het wel. Duik het boek in en laat je meevoeren. Je komt er aan het einde van je leeservaring gegarandeerd veranderd uit. Drakkar Ho!


    Graag gelezen: Kelderkind – Kristien Dieltiens

    maandag 19 november 2012

    Ja, de tekstchirurg leest wat af, moet je zo langzamerhand denken. Maar wees gerust: ik ben mijn schade aan het inhalen na lange maanden van hard werk. Af & toe komt er zo weer eens een gaatje vrij om een boek te lezen. En onlangs kwam er in zo’n vrij moment een prachtboek mijn leeservaring binnengedonderd, waardoor dat gaatje een gat in mijn agenda werd. Het is lang geleden dat ik nog eens de luxe heb genomen om mij gewoon een dag lang te zétten met een boek, en de wereld te laten ronddraaien tot het uit was. Dit was zo’n boek: Kelderkind van Kristien Dieltiens.

    Het stond al maandenlang op mijn lijstje van te lezen boeken, maar ik had het wat laten chambreren. Er waren twee redenen waarom het mij meteen aantrok, zodra ik erover hoorde: een van de hoofdpersonages heeft een ‘hazenlip’ en het andere hoofdpersonage is Kaspar Hauser. Ik kende die naam van horen zeggen uit de Duitse literatuur, maar wist niet eens dat het om een historisch personage ging. Nu dus wel, en dat trok meteen mijn aandacht. Ik ben een notoir liefhebber van historische romans, dus dit boek had elementen genoeg om het meteen op mijn lijstje van te lezen boeken te zetten.

    Twee verhaallijnen

    Genoeg ingeleid, waar zal ik beginnen?

    Het is een prachtig boek. Lees het.

    Dat zou voldoende moeten zijn, maar toch iets meer. Er lopen twee verhaallijnen door het boek – eerst parallel, en langzaam meer en meer verweven.

    De ene verhaallijn gaat over het historische personage Kaspar Hauser, een 16-jarige vondeling die in 1828 op pinkstermaandag opeens als uit het niets opduikt in Nürnberg. Hij kan nauwelijks lopen of spreken en heeft in zijn hand twee brieven die naar zijn afkomst verwijzen. Er wordt vermoed dat hij jarenlang zou hebben opgesloten gezeten, maar niemand weet er het fijne van. Mysterie, mysterie.

    De andere verhaallijn volgt Manfred, een jongen die geboren is met een gespleten lip, in een tijd waarin de chirurgie helaas nog niet zo ver stond dat je daarmee met een fatsoenlijk gezicht kon eindigen. Lelijkheid ten top dus, en uitstoting, bespotting en wat al nog meer is zijn deel.

    Wat beide personages met elkaar te maken hebben, ga ik hier echt niet vertellen, daarvoor moet je het boek lezen.

    Psychologische diepgang

    Wat ik wel wil vertellen, is dat ik ontzettend heb genoten van dit boek – vooral van het psychologische portret van Manfred. Je ziet hem opgroeien, zijn leven leiden in ‘lelijkheid’, worstelen om niet ten onder te gaan aan de reacties van de buitenwereld op zijn gezicht. Je ziet hoe de wereld zich langzaam dichttrekt over hem heen en hem uitstoot naar de schaduw. Je ziet ook de weinige ankerpunten waar hij zich aan probeert vast te houden: zijn moeder, zijn vriendschap met Hubert (wat ik trouwens een van de meest ontroerende elementen in het boek vond), de heiligen, de vrouw die verschijnt in zijn leven. Maar bovenal: je begrijpt hem. Enfin, ik toch. Ik kan mij alleen maar de horror voorstellen die het moet betekenen om met deze gezichtsafwijking op te groeien in een wereld zonder plastische chirurgie en zonder onze huidige reflex van politieke correctheid tegenover mensen die er anders uitzien.

    Anyway. Manfred gaat duistere wegen, maar je begrijpt hem op elke stap van zijn weg. Je ziet ook hoe ingenieus die weg wordt geplaveid door de auteur, die op een strategische manier de personages uitzet als op een schaakbord, zodat ze niet anders kunnen dan doen wat ze doen. Je ziet het noodlot zich voltrekken voor je ogen, en dat is een bijzonder boeiend en fascinerend schouwspel.

    En dan is er Kaspar. En met dat ene zinnetje zeg ik meteen al heel veel. Want ik moet toegeven: iedere keer dat ik aan een deel over Kaspar toekwam, telde ik stiekem de pagina’s om te weten hoeveel ik nog moest doorlezen tot ik weer aan Manfred toekwam. Het verhaal van Kaspar wordt grotendeels verteld via zijn dagboekfragmenten, en daar kon ik mij niet van de indruk ontdoen dat de auteur veel interpretatie en psychologische duiding in zijn woorden had gelegd waar het personage zelf waarschijnlijk nooit zou zijn opgekomen. Het was wel mooi, die duiding, en vaak ook diepzinnig en poëtisch verwoord, maar echt raken deed het mij toch nooit op een emotionele manier zoals bij Manfred.

    Een ingenieuze pageturner

    Hoe dan ook, naarmate beide verhaallijnen dichter bij elkaar kwamen en in elkaar begonnen verweven te worden, raakte ik toch ook meer en meer gefascineerd door het verhaal van Kaspar. Echt op hetzelfde niveau komen beide vertellingen niet, vind ik, maar ik had wel grote bewondering voor hoe de auteur de beide verhaallijnen in elkaar verweeft. En laat ons wel wezen, voor een ongedurige lezer als ik is het heel veelzeggend dat ik voor dit boek mijn vrije zaterdag een zaterdag liet wezen en alles aan de kant schoof om maar één ding te doen: mij in dit boek te gooien en het te lezen tot het uit was. Het is jaren geleden dat ik mij nog eens zo rücksichtslos in een boek gesmeten heb. Want het is een ontzettend vlot geschreven pageturner.

    En tot slot

    Nog een woord over de illustraties: die zijn van Carll Cneut en ze zijn prachtig. Kijk gewoon naar de cover en je weet genoeg. Een beeld om naar te blijven kijken. Ook de kleine tekeningen binnenin die symbool staan voor Manfred en Kaspar zijn treffend: simpel en mooi.

    Verder heb ik heb heel erg genoten van de citaten tussenin, op de scheidingspagina’s tussen de verschillende delen. Daar staan kleine juweeltjes bij, en ik apprecieerde heel sterk het feit dat het laatste citaat onvertaald in het Duits staat. Velen vinden Duits een onsexy taal – wel, ik vind dat Duits een mooie taal is, en dit laatste citaatje gaf aan het verhaal, dat zich in Duitsland afspeelt, net dat kleine kleuraccent dat het helemaal af maakte.

    Ten slotte vond ik – die een notoir hater ben van open eindes – die keuze deze keer heel erg geslaagd. Ik voor mij weet zò wat hij gaat kiezen. Maar het hoeft niet gezegd. Als je deze openheid niet kunt invullen, dan heb je het boek niet goed gelezen.

    Lezen!

    Ik kan maar één ding zeggen: kopen en lezen, dit boek. Trek je niets aan van leeftijdscategorieën – het staat gelabeld als ’15+’, dus uitgeeftechnisch valt het onder ‘jeugdliteratuur’, maar laat dat vooral geen reden zijn om er als volwassen lezer aan voorbij te gaan. Een goed boek is een goed boek.


    Graag gelezen: David Mitchell, The Thousand Autumns of Jacob de Zoet

    donderdag 15 november 2012


    Onlangs heb ik een heel mooi boek gelezen: The Thousand Autumns of Jacob de Zoet van David Mitchell. In het Nederlands vertaald als De niet verhoorde gebeden van Jacob de Zoet. Het speelt zich af eind 18de – begin 19de eeuw in Dejima (Nl: Deshima), een eilandje bij Nagasaki, waar een Nederlandse handelspost is van de Verenigde Oostindische Compagnie. Jacob de Zoet is daar een jonge boekhouder, die verloren loopt in de liefde en de intriges van corruptie en de strakke Japanse maatschappij.

    Ik heb er ontzettend lang over gedaan om dit boek te lezen, want het is geen gemakkelijke lectuur, maar zo ongeveer halverwege leek het verhaal opeens open te gaan en werd ik er recht in gezogen. Sinds ik boeken één per één uitlees (in plaats van in vier, vijf boeken tegelijk te beginnen en ze in stukken en brokken uit te lezen, als dat al lukte) besef ik dat een auteur soms echt de tijd nodig heeft om de funderingen van een verhaal grondig neer te zetten. Als je een ongeduldige lezer bent (ik beken…) dan denk je in zo’n geval misschien dat het verhaal nergens heen gaat, of vraag je je af hoe het een in godsnaam met het ander samenhangt. Maar na zo’n 270 bladzijden in dit boek begonnen alle draden samen te komen en ontvouwde het verhaal zich op een prachtige manier.

    Ik zou de Engelse versie alleen aanraden voor wie écht goed Engels kent en het probleemloos kan lezen, want de taal is niet gemakkelijk, en het is gewoon op zich ook al moeilijk om wegwijs te worden uit alle personages. Bovendien was het ook wat bizar om al die Nederlandse personages Engels te horen praten, dus ik denk dat in dit geval de Nederlandse vertaling een goede keuze kan zijn, die wellicht nog meer inleefbaarheid zal geven aan het verhaal.

    Wie houdt van historische romans en niet bang is van een pittige kluif: happen maar. Je bent er even zoet mee, maar het is een heel mooi boek.


    Choesels, een boek met ballen

    dinsdag 13 november 2012


    Onlangs mocht ik een heel leuk boekje redigeren. Over het mysterieuze Brusselse gerecht ‘choesels’. Wie in Brussel woont of daar zijn roots heeft, kent het misschien – al zal dat in vele gevallen wellicht van horen zeggen zijn.

    Choesels is een gerecht dat met een waas van mysterie en legenden is omgeven. Want wat zit er nu eigenlijk in die beroemde en beruchte stoofpot, die al eeuwen geleden vooral in Brussel werd klaargemaakt? Gaat het – zoals gefluisterd wordt – écht om stierentestikels, of toch om meer ‘onschuldig’ orgaanvlees?

    In deze publicatie van Erfgoedcel Brussel gaan Danny Crauwels, Ghislaine Steps en Jo Van Caenegem op zoek naar de ware toedracht van de zaak. Ze speuren in het verleden naar de eerste sporen van choesels, ze onderzoeken oude recepten en verhalen, traceren beroemde liefhebbers van het gerecht, scheiden mythe van waarheid – kortom, ze schotelen je een verrukkelijk intrigerend boekje voor. Een boek voor lezers met… euh, welja, ballen, van welke kunne dan ook!

    Choesels, een boek met ballen is verkrijgbaar via Erfgoedcel Brussel.


    Graag gelezen: Laurens De Keyzer, Mensen die voorbijgaan

    donderdag 1 november 2012

    Sommige mensen zijn een heerlijkheid om te redigeren. Enfin, hun teksten, uiteraard. Daarom ben ik een klein beetje jaloers op de redacteur die aan dit boekje de finishing touch mocht geven, omdat het altijd weer zoiets kostbaars en broos is: mooie teksten onder handen krijgen en er dan de occasionele punten & komma’s in rechtzetten. Want meer doe je niet, met een tekst die goed zit.

    Ooit mocht ik het zelf doen, een tekst van Laurens De Keyzer onder handen nemen. Ik trok meteen mijn fluwelen handschoenen aan, want ik kreeg de tekst – die kaderde in een boek waar meerdere auteurs bij betrokken waren – met een waarschuwing van de uitgever dat ik er geen jota aan mocht veranderen zonder de zegen van Laurens. Oei, dacht ik. Maar meteen daarop: ‘Dat zal wel loslopen.’

    Dat liep wel los. Laurens bleek – behalve een vakman die pareltjes van teksten in elkaar smeedt – ook een flexibele auteur, die openstond voor suggesties voor de finishing touch. En vooral een heel aimabele mens.

    Met sommige mensen heb je dat: het gevoel dat je een beetje zielsverwant bent. Nooit ontmoet, een paar e-mails mee uitgewisseld in functie van een redactieopdracht, en toch een beetje in het hart gesloten. Zonder aanwijsbare reden, behalve het intuïtieve aanvoelen dat je op eenzelfde golflengte zit, zonder dat daar veel woorden aan te pas moeten komen.

    Dus toen ik hoorde dat Laurens De Keyzer een nieuw boek geschreven had, ging ik het meteen halen. Las erin, en was verkocht. Ontroerd, geraakt, een tikje weemoedig ook. Want Mensen die voorbijgaan gaat over mensen die er niet meer zijn – gestorven zijn. Het boekje is een reeks verhalen over afscheid nemen, herinneringen van de auteur aan mensen die hij heeft gekend, ontmoet, gezien, gesproken, graag gezien, en heeft zien gaan, heeft moeten laten gaan.

    Het zet je aan het denken, zo’n boekje over afscheid en het einde. Maar meer nog dan over de dood – die mij persoonlijk niet zoveel schrik aanjaagt – deed het mij nadenken over het leven (al veel bangelijker). En over vriendschap, en intimiteit, verbondenheid met mensen. Want dat en zoveel meer spreekt uit de portretten in dit kleine, verfijnde boekje. Een mens die observeert met zoveel menselijkheid, die met een warm hart en een open oog naar anderen kijkt. Die er is, zelfs in de bange en soms hartverscheurende momenten op het einde. Die niet bang is om te geven: aandacht en tijd, aanwezigheid.

    ‘Mensen die voorbijgaan’ heeft mij aan het denken gezet. Over hoe ik zelf met mensen omga. Over hoe ver ik durf te gaan – of niet – in vriendschap. Over hoe eerlijk ik durf te zijn met anderen, over hoe het met ze gesteld is, met mij, met ons.

    Een beetje zoals Oriah Mountain Dreamer schrijft in The Invitation:

    I want to know
    if you can sit with pain
    mine or your own
    without moving to hide it
    or fade it
    or fix it.

    Laurens De Keyzer probeert niets te ‘fixen’ in zijn verhalen, zijn portretten. Hij observeert, hij vertelt, hij beschrijft. En hij raakt je. Omdat je beseft hoeveel je nog te leren hebt als het gaat om aanwezigheid en menselijkheid.

    Sommige mensen zijn inderdaad een heerlijkheid.

    Bedankt, Laurens.


    Newtopia: de staat van de mensenrechten

    zaterdag 1 september 2012


    In Mechelen is Newtopia van start gegaan, een tentoonstelling van hedendaagse kunst over het thema mensenrechten.

    Op vier locaties in de stad zie je werk van meer dan 70 kunstenaars die zich over dit complexe thema buigen. Werk dat je doet nadenken, reflecteren, soms de neiging geeft om weg te lopen omdat het allemaal veel ingewikkelder is dan je zou willen, soms ook gefascineerd toekijken en dichterbij komen om meer te zien, in close-up alle details te bekijken.

    Geen makkelijk onderwerp, maar boeiend en essentieel. Als westerling sta je er weinig bij stil hoeveel rechten je hebt, en is het moeilijk je de extremen voor te stellen van monddood gemaakt te worden of aan allerlei autoritaire instanties onderworpen te worden. De tentoonstelling zet je aan het denken en trekt je blik open naar alle hoeken van de wereld. Kritische kunst, boze kunst, provocerende kunst, maar ook best grappige en soms ontroerende kunst. Beelden waar je stil van wordt, beelden waar je ongemakkelijk van wordt.

    Cartoon van Ali Ferzat

    Geen angst echter dat het te heavy wordt… Doordat Newtopia op vier locaties plaatsvindt, heb je telkens een wandeling tussendoor om je hoofd wat te luchten en weer op adem te komen. En ondertussen ook van het mooie historische centrum van Mechelen te genieten.

    Een aanrader is de catalogus, die interessante essays bevat over mensenrechten en vrije meningsuiting, een interview met Stéphane Hessel (een voorvechter van de mensenrechten van het eerste uur, die betrokken was bij de opstelling van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens in 1948 en die de afgelopen jaren in ruime kring bekend werd met zijn boek ‘Indignez-vous !’) en teksten van mensen die in het heetst van de mensenrechtenstrijd gezeten hebben, zoals onder meer Aung San Suu Kyi, Nobelprijswinnares voor de Vrede. Ook de deelnemende kunstenaars en hun werk worden op een beknopte & aantrekkelijke manier toegelicht.

    Een uitgave van Ludion; samenstellers: Katerina Gregos (curator van Newtopia) & Elena Sorokina; grafisch ontwerp: BaseDesign; eindredactie Nederlandstalige editie: Mia Verstraete, tekstchirurg.


    TRACK

    zaterdag 1 september 2012

    Wie TRACK in Gent nog niet gezien heeft, heeft daar nog welgeteld twee weken voor. Allen daarheen, dus!

    TRACK is een tentoonstelling van het S.M.A.K. die artistieke sporen trekt in de stad Gent. De tentoonstelling ligt in de lijn van eerdere grote stadstentoonstellingen, nl. Chambres d’Amis in 1986 en Over the Edges in 2000, waar Jan Hoet voor tekende. Net als toen gaat het om kunst in het stadsweefsel, maar TRACK is zeker geen replica van die eerdere tentoonstellingen – ze geeft een eigentijdse invulling aan wat kunst in de openbare ruimte vandaag betekent.

    Ahmet Ögüt, The Castle of Vooruit

    Voor TRACK gaan 41 kunstenaars uit binnen- en buitenland in dialoog met de stad. Ze hebben grondig kennisgemaakt met Gent, hebben zich verdiept in de sfeer en de eigenheid van de stad en geven daar met nieuw werk een artistiek weerwoord op. Het tentoonstellingsparcours gaat bewust ruimer dan het historische stadscentrum en zoekt ook de wijken op waar de doorsnee bezoeker normaal niet komt.


    Bij de tentoonstelling verscheen een lijvige en zeer lezenswaardige catalogus. Curatoren Philippe Van Cauteren en Mirjam Varadinis lichten er in een interview met Chris Dercon het concept en de filosofie van TRACK toe. Het boek bevat essays van Boris Groys en Claire Bishop die respectievelijk ingaan op aspecten van cultuurtoerisme en de collaboratieve wending in de kunst, een tekst van Stefan Hertmans over ‘thuis zijn’, en uitvoerige toelichting in tekst & beeld bij de deelnemende kunstenaars en hun werken.

    Een uitgave van Roma Publications. Mia Verstraete, tekstchirurg werkte mee aan de vertalingen (Engels-Nederlands en Duits-Nederlands).