Het uitroepteken

donderdag 26 januari 2012


Het idee voor deze blogpost zat al in mijn gedachten net na het schrijven van de vorige, en dat is inmiddels bijna drie maanden geleden. Kun je nagaan hoeveel weerstand ik heb tegen het uitroepteken.

Want het is ook een monster! Niet zo erg als de puntkomma, maar toch, het is er verre familie van in zijn irritatiefactor.

Een uitroepteken geeft kracht aan een zin, maar vaak doet het dat met zoveel bombarie dat al die kracht verloren gaat.

Mijn motto is: less is more. Vergelijk dat met: less is more! Nadrukkelijk gillen, met de borst vooruit. Je ziet het zo voor je. Je ziet het zo voor je! Toch?!

Nog erger is het als iemand twee uitroeptekens na elkaar gebruikt. Dat is werkelijk nergens voor nodig!! Twee uitroeptekens (of meer) naast elkaar hebben hoegenaamd geen enkele cumulatieve kracht. Integendeel, ze verwateren het effect waar je bij staat. Hoe meer uitroeptekens je nodig hebt, hoe minder kracht er uitgaat van je woorden zelf. Als je er zoveel bewijsmateriaal aan moet toevoegen, dan is je mededeling al geïmplodeerd nog voor ze er goed en wel staat.

Een uitroepteken kan. Een zeldzame keer. Om iets écht heel krachtig te onderstrepen. Maar het wordt vaak op een proselytische manier gebruikt, om mensen te overtuigen van het eigen groot gelijk. Met de vuist op tafel te slaan.

Het uitroepteken ruikt naar propaganda en pamfletten. Kameraden! Waarde landgenoten! Het heeft zo’n verheven bezielingsdrang en overtuigingsijver dat ik er niet goed van word. En als ik over het uitroepteken schrijf, ga ik vanzelf dure en grote woorden gebruiken. Want voor het uitroepteken is het ondermaanse niet goed genoeg. Neen! Het moet groot, ronkend en verheven klinken om gewaagd te zijn aan de explosieve munitie onder in dat kleine puntje, dat de streep naar boven doet knallen. Romantiek, mijn beste! Verheven, bovennatuurlijke krachten! 19de-eeuwse interpunctie!

Ach, een vriend van het uitroepteken zal ik nooit worden. Ik gun ieder diertje zijn pleziertje, maar vraag mij niet om uitroeptekens te gebruiken. Ik roep niet graag, en zeker niet al schrijvend. Liever bedien ik mij van een punt om rustig en beslist een einde te zetten achter een mededeling. Zonder bombarie, zonder gedruis.

Blijkbaar ben ik niet de enige die een aversie heeft tegen het uitroepteken, want al researchend kwam ik goed gezelschap tegen.
Veel kijkplezier!

Seinfeld: Elaine and Mr Lippman

Seinfeld: The Sniffing Accountant


De puntkomma

zondag 30 oktober 2011

‘If you really want to hurt your parents, and you don’t have the nerve to be a homosexual, the least you can do is go into the arts. But do not use semicolons. They are transvestite hermaphrodites, standing for absolutely nothing. All they do is show you’ve been to college.’

(Kurt Vonnegut, Knowing What’s Nice)

Een halfslachtig gedrocht

Wie mij een beetje kent, weet dat ik geen groot liefhebber ben van de puntkomma. Dat heeft zo zijn redenen.

De puntkomma is een gedrocht; het is een leesteken dat een beetje van dit en een beetje van dat wil zijn. Het geeft een scheidingsmarkering aan tussen twee zinnen, maar net niet genoeg om een punt te zijn en net te veel om een komma te zijn.

Ik vind: kies wat je wil zeggen. Ofwel geef je een markering tussen twee zinsdelen, en dan gebruik je een komma, ofwel onderscheid je duidelijk twee zinnen. En dan is een punt al wat je nodig hebt. (Over het uitroepteken hebben we het later nog wel eens! Of over het beletselteken met zijn insinuerende ondertoon …)

Zwaarte versus rustpunten

Een puntkomma geeft zwaarte aan een zin; hij vraagt van de lezer bovennatuurlijke concentratie, want je gaat maar oeverloos door. Een puntkomma zegt: ‘Wacht nog even, want ik ben nog niet helemaal klaar met mijn gedachtegang’, en dan moet je als lezer je verstand op scherp zetten; je moet een hele zin in je kortetermijngeheugen bewaren, om dan de volgende eraan te breien in je verstand. Een beetje menslievende schrijver ontziet zijn lezer en geeft hem voldoende rustpunten.

Een punt geeft aan dat je als lezer de zin mag opbergen in je langetermijngeheugen en mag overgaan naar de volgende zin. Punt, afgesloten, gezegd wat is gezegd. Een puntkomma laat je hangende als lezer; je verwacht een vervolg, maar daarvoor moet je je inspannen; je krijgt de zin verdomd niet cadeau.

Ontzie je lezer

Wees lief voor je lezer en ontzie hem een beetje. Hij moet al zoveel lezen op een dag. Spaar zijn vermoeide hersenen en leid hem door de golven van je taal op een manier die geen zwoegwerk vereist. Geef hem rustpunten, haltes op de route van je verhaal. Hij zal je belonen door je tekst uit te lezen tot op het einde. En dat zal geen bitter einde zijn als je de puntkomma zo veel mogelijk achterwege laat.

Uiteraard gebeurt het wel eens dat een puntkomma op zijn plaats is. Als een punt écht te veel is en een komma echt te weinig. Of als je een opsomming moet maken waar duo’s in voorkomen, bv.: ‘Parijs, Frankrijk; Berlijn, Duitsland; London, Groot-Brittannië’. In die zeldzame gevallen moet je het ook maar gewoon gebruiken zonder kunst- en vliegwerk om het te omzeilen. Maar anders vind ik een puntkomma een hoogst ergerlijke uitvinding, die op z’n hoogst in een smiley tot haar recht komt. En dan nog …

P.S.
Uiteraard is dit mijn hoogstpersoonlijke visie; wie neutralere theoretische informatie wil over de puntkomma zal op Taaladvies.net lezen dat dit leesteken een nauw verband tussen twee zinnen aangeeft. Maar als je het mij vraagt, wordt de puntkomma vaak misbruikt op een manier die geen dergelijk verband aangeeft. En daarover gaat mijn ergernis.