Graag gelezen: Laurens De Keyzer, Mensen die voorbijgaan

donderdag 1 november 2012

Sommige mensen zijn een heerlijkheid om te redigeren. Enfin, hun teksten, uiteraard. Daarom ben ik een klein beetje jaloers op de redacteur die aan dit boekje de finishing touch mocht geven, omdat het altijd weer zoiets kostbaars en broos is: mooie teksten onder handen krijgen en er dan de occasionele punten & komma’s in rechtzetten. Want meer doe je niet, met een tekst die goed zit.

Ooit mocht ik het zelf doen, een tekst van Laurens De Keyzer onder handen nemen. Ik trok meteen mijn fluwelen handschoenen aan, want ik kreeg de tekst – die kaderde in een boek waar meerdere auteurs bij betrokken waren – met een waarschuwing van de uitgever dat ik er geen jota aan mocht veranderen zonder de zegen van Laurens. Oei, dacht ik. Maar meteen daarop: ‘Dat zal wel loslopen.’

Dat liep wel los. Laurens bleek – behalve een vakman die pareltjes van teksten in elkaar smeedt – ook een flexibele auteur, die openstond voor suggesties voor de finishing touch. En vooral een heel aimabele mens.

Met sommige mensen heb je dat: het gevoel dat je een beetje zielsverwant bent. Nooit ontmoet, een paar e-mails mee uitgewisseld in functie van een redactieopdracht, en toch een beetje in het hart gesloten. Zonder aanwijsbare reden, behalve het intuïtieve aanvoelen dat je op eenzelfde golflengte zit, zonder dat daar veel woorden aan te pas moeten komen.

Dus toen ik hoorde dat Laurens De Keyzer een nieuw boek geschreven had, ging ik het meteen halen. Las erin, en was verkocht. Ontroerd, geraakt, een tikje weemoedig ook. Want Mensen die voorbijgaan gaat over mensen die er niet meer zijn – gestorven zijn. Het boekje is een reeks verhalen over afscheid nemen, herinneringen van de auteur aan mensen die hij heeft gekend, ontmoet, gezien, gesproken, graag gezien, en heeft zien gaan, heeft moeten laten gaan.

Het zet je aan het denken, zo’n boekje over afscheid en het einde. Maar meer nog dan over de dood – die mij persoonlijk niet zoveel schrik aanjaagt – deed het mij nadenken over het leven (al veel bangelijker). En over vriendschap, en intimiteit, verbondenheid met mensen. Want dat en zoveel meer spreekt uit de portretten in dit kleine, verfijnde boekje. Een mens die observeert met zoveel menselijkheid, die met een warm hart en een open oog naar anderen kijkt. Die er is, zelfs in de bange en soms hartverscheurende momenten op het einde. Die niet bang is om te geven: aandacht en tijd, aanwezigheid.

‘Mensen die voorbijgaan’ heeft mij aan het denken gezet. Over hoe ik zelf met mensen omga. Over hoe ver ik durf te gaan – of niet – in vriendschap. Over hoe eerlijk ik durf te zijn met anderen, over hoe het met ze gesteld is, met mij, met ons.

Een beetje zoals Oriah Mountain Dreamer schrijft in The Invitation:

I want to know
if you can sit with pain
mine or your own
without moving to hide it
or fade it
or fix it.

Laurens De Keyzer probeert niets te ‘fixen’ in zijn verhalen, zijn portretten. Hij observeert, hij vertelt, hij beschrijft. En hij raakt je. Omdat je beseft hoeveel je nog te leren hebt als het gaat om aanwezigheid en menselijkheid.

Sommige mensen zijn inderdaad een heerlijkheid.

Bedankt, Laurens.


Newtopia: de staat van de mensenrechten

zaterdag 1 september 2012


In Mechelen is Newtopia van start gegaan, een tentoonstelling van hedendaagse kunst over het thema mensenrechten.

Op vier locaties in de stad zie je werk van meer dan 70 kunstenaars die zich over dit complexe thema buigen. Werk dat je doet nadenken, reflecteren, soms de neiging geeft om weg te lopen omdat het allemaal veel ingewikkelder is dan je zou willen, soms ook gefascineerd toekijken en dichterbij komen om meer te zien, in close-up alle details te bekijken.

Geen makkelijk onderwerp, maar boeiend en essentieel. Als westerling sta je er weinig bij stil hoeveel rechten je hebt, en is het moeilijk je de extremen voor te stellen van monddood gemaakt te worden of aan allerlei autoritaire instanties onderworpen te worden. De tentoonstelling zet je aan het denken en trekt je blik open naar alle hoeken van de wereld. Kritische kunst, boze kunst, provocerende kunst, maar ook best grappige en soms ontroerende kunst. Beelden waar je stil van wordt, beelden waar je ongemakkelijk van wordt.

Cartoon van Ali Ferzat

Geen angst echter dat het te heavy wordt… Doordat Newtopia op vier locaties plaatsvindt, heb je telkens een wandeling tussendoor om je hoofd wat te luchten en weer op adem te komen. En ondertussen ook van het mooie historische centrum van Mechelen te genieten.

Een aanrader is de catalogus, die interessante essays bevat over mensenrechten en vrije meningsuiting, een interview met Stéphane Hessel (een voorvechter van de mensenrechten van het eerste uur, die betrokken was bij de opstelling van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens in 1948 en die de afgelopen jaren in ruime kring bekend werd met zijn boek ‘Indignez-vous !’) en teksten van mensen die in het heetst van de mensenrechtenstrijd gezeten hebben, zoals onder meer Aung San Suu Kyi, Nobelprijswinnares voor de Vrede. Ook de deelnemende kunstenaars en hun werk worden op een beknopte & aantrekkelijke manier toegelicht.

Een uitgave van Ludion; samenstellers: Katerina Gregos (curator van Newtopia) & Elena Sorokina; grafisch ontwerp: BaseDesign; eindredactie Nederlandstalige editie: Mia Verstraete, tekstchirurg.


TRACK

zaterdag 1 september 2012

Wie TRACK in Gent nog niet gezien heeft, heeft daar nog welgeteld twee weken voor. Allen daarheen, dus!

TRACK is een tentoonstelling van het S.M.A.K. die artistieke sporen trekt in de stad Gent. De tentoonstelling ligt in de lijn van eerdere grote stadstentoonstellingen, nl. Chambres d’Amis in 1986 en Over the Edges in 2000, waar Jan Hoet voor tekende. Net als toen gaat het om kunst in het stadsweefsel, maar TRACK is zeker geen replica van die eerdere tentoonstellingen – ze geeft een eigentijdse invulling aan wat kunst in de openbare ruimte vandaag betekent.

Ahmet Ögüt, The Castle of Vooruit

Voor TRACK gaan 41 kunstenaars uit binnen- en buitenland in dialoog met de stad. Ze hebben grondig kennisgemaakt met Gent, hebben zich verdiept in de sfeer en de eigenheid van de stad en geven daar met nieuw werk een artistiek weerwoord op. Het tentoonstellingsparcours gaat bewust ruimer dan het historische stadscentrum en zoekt ook de wijken op waar de doorsnee bezoeker normaal niet komt.


Bij de tentoonstelling verscheen een lijvige en zeer lezenswaardige catalogus. Curatoren Philippe Van Cauteren en Mirjam Varadinis lichten er in een interview met Chris Dercon het concept en de filosofie van TRACK toe. Het boek bevat essays van Boris Groys en Claire Bishop die respectievelijk ingaan op aspecten van cultuurtoerisme en de collaboratieve wending in de kunst, een tekst van Stefan Hertmans over ‘thuis zijn’, en uitvoerige toelichting in tekst & beeld bij de deelnemende kunstenaars en hun werken.

Een uitgave van Roma Publications. Mia Verstraete, tekstchirurg werkte mee aan de vertalingen (Engels-Nederlands en Duits-Nederlands).


Kamarama

zondag 15 juli 2012

Nog tot 1 augustus loopt in Brugge Kamarama, een internationaal kunstproject met als curator Kamagurka.

In de Garemijnzaal toont Kamagurka werk van kunstenaars die hem inspireren. Een boeiende en eigenzinnige collectie van werken die verrassen en beroeren. Bij deze tentoonstelling hoort een mooie catalogus, die is verschenen bij Stichting Kunstboek. Mia Verstraete, tekstchirurg werkte mee aan de eindredactie.

In het Arentshuis is werk van Kamagurka zelf te zien. In de afgelopen maanden werkte hij daar ook samen met bevriende kunstenaars. Het resultaat van die ateliers zie je eveneens in het Arentshuis.

Verder vind je in de stad een aantal ‘accidentalistische’ portretten: gezichten die aan Kamagurka’s verbeelding zijn ontsproten, maar waarvan hij hoopt/meent dat er ook wel echte mensen rondlopen die erop lijken. Wie zich (of iemand anders) in een van de portretten herkent, mag zich melden.

Wie Kamagurka enkel als cartoonist kent, moet zeker eens langsgaan in de Garemijnzaal en in het Arentshuis, om ook zijn artistieke inspiratiebronnen en zijn eigen werk als schilder te ontdekken. De tijd vliegt snel, augustus loert al om de hoek, dus koop snel een kaartje en ga erheen nu het nog kan.


X – een boek over 10 jaar Concertgebouw Brugge

zondag 8 april 2012

Concertgebouw Brugge vierde in februari zijn tiende verjaardag. Het feestgedruis van de verjaardagsweek is ondertussen al wat geluwd, maar in de boekhandel ligt nog steeds een mooi verjaardagsboek.

‘X’ blikt terug in woord en beeld op het ontstaan en het eerste decennium van het Concertgebouw. Vanaf het allereerste begin, toen het allemaal nog een verre droom leek, over het ontwerp en de bouw – een architecturaal feit dat veel stof deed opwaaien en internationaal hoog scoorde – tot de eerste tien jaar van de werking, waarin Concertgebouw Brugge erkenning verwierf in binnen- en buitenland.

Het boek bevat een overzicht van de ontstaansgeschiedenis, de huidige werking en belangrijke sleutelmomenten uit de afgelopen tien jaar; essays over muziek, dans, actuele kunst en de architectuur van het Concertgebouw; getuigenissen van mensen die nauw bij het huis betrokken zijn; gedichten en een reeks foto’s die de eigenheid van het gebouw in beeld brengen.

Teksten van Geert Van der Speeten, Tom Eelen, Lieve Dierckx, Marianne Van Kerkhoven, Iwan Strauven, Annelies Vantyghem, Peter Verhelst, Katrien Van Eeckhoutte, Jeroen Vanacker, Mia Verstraete en Laurens De Keyzer; foto’s van Filip Dujardin en David Samyn.
Studio Jurgen Maelfeyt tekende voor de vormgeving en de eindredactie was in handen van de tekstchirurg.

Wie dit mooie feestboek graag wil kopen: je vindt het in de boekhandel, bij Concertgebouw Brugge of online bij uitgeverij Lannoo.


Tot altijd – het boek

dinsdag 7 februari 2012

Tot altijd, het boek bij de film van Nic Balthazar, ligt sinds kort in de boekhandel.
De film gaat over Mario Verstraete, die in 2002 als eerste in België officieel gebruikmaakte van de nieuwe wet over euthanasie. Zowel politiek als persoonlijk, als MS-patiënt, had hij zich sterk ingezet voor die wetgeving.
Het boek gaat dieper in op de persoon en de familie van Mario, vertelt hoe de film tot stand kwam en schetst de wetgeving en het ruimere debat over euthanasie. Het bevat ook stills en dialoogfragmenten uit de film.

Nic Balthazar vertelt hoe hij Mario persoonlijk leerde kennen en hoe hij tot het maken van deze film kwam. Hij reflecteert over dood en leven, en over onze onmacht en onwennigheid om bewust met het einde om te gaan. Bespiegelingen die net als de film onder de huid kruipen en die de man achter het filmpersonage tonen, maar ook het thema breder uitvergroten tot waar het elk van ons raakt.

Marijke Libert volgde destijds Mario Verstraete en zijn familie in een reeks interviews voor De Morgen. In dit boek zijn een aantal van die interviewfragmenten opnieuw opgenomen. Ze worden aangevuld met fragmenten uit nieuwe gesprekken die ze nu, tien jaar later, met de ouders van Mario had. Uit deze interviews komt een beeld naar voren van iemand die heel bewust met zijn levenseinde omging en een familie die hem op een ongelooflijk warme en sterke manier ondersteunde in zijn keuze.

Mia Verstraete (ondergetekende) ging praten met zeven experten die thuis zijn op het terrein van levenseinde, euthanasie, palliatieve zorg en stervensbegeleiding: Johan Bilsen, Marc Cosyns, Marc Desmet, Wim Distelmans, Manu Keirse, Rik Torfs en Etienne Vermeersch.

Aan de hand van hun deskundige commentaar en opinies worden de wetgeving en het debat over euthanasie in mensentaal uitgelegd. Wat staat er in de wet over euthanasie en andere medische beslissingen over het levenseinde? Hoe kwam die wetgeving tot stand? Wat is de relatie tussen palliatieve zorg en euthanasie? Hoe vaak komt euthanasie voor? Kun je vooraf bepalen dat je je leven wilt laten beëindigen als je bijvoorbeeld diep dement wordt of aan een andere zware ziekte lijdt?

Ook een aantal ethische kwesties komen aan bod, bv. sociale druk op zieke ouderen, zelfbeschikking vs. solidariteit en impact op de omgeving, katholieke en vrijzinnige perspectieven op euthanasie,… De experten zijn het niet altijd met elkaar eens; hun visies staan soms naast elkaar, soms lijnrecht tegenover elkaar, maar juist daardoor geven ze een boeiende blik op het geheel.

Wie door de fim ‘Tot altijd’ geraakt was en meer wil weten over de persoon Mario Verstraete en zijn keuze, wie wil meekijken over de schouder van de regisseur en zien hoe hij tot deze knappe film kwam, en wie graag meer wil weten over hoe dat nu eigenlijk zit met euthanasie en keuzes rond het levenseinde in ons land: dit boek is voor jou.

P.S. Voor wie de film nog niet gezien heeft: doe dat eerst en vooral, en neem een paar zakdoeken mee. Heel ontroerend, maar wees gerust: er valt ook veel te lachen.

P.P.S. Voor wie het zich afvroeg: ik ben geen familie van Mario, enkel toevallig een naamgenoot.


Het uitroepteken

donderdag 26 januari 2012


Het idee voor deze blogpost zat al in mijn gedachten net na het schrijven van de vorige, en dat is inmiddels bijna drie maanden geleden. Kun je nagaan hoeveel weerstand ik heb tegen het uitroepteken.

Want het is ook een monster! Niet zo erg als de puntkomma, maar toch, het is er verre familie van in zijn irritatiefactor.

Een uitroepteken geeft kracht aan een zin, maar vaak doet het dat met zoveel bombarie dat al die kracht verloren gaat.

Mijn motto is: less is more. Vergelijk dat met: less is more! Nadrukkelijk gillen, met de borst vooruit. Je ziet het zo voor je. Je ziet het zo voor je! Toch?!

Nog erger is het als iemand twee uitroeptekens na elkaar gebruikt. Dat is werkelijk nergens voor nodig!! Twee uitroeptekens (of meer) naast elkaar hebben hoegenaamd geen enkele cumulatieve kracht. Integendeel, ze verwateren het effect waar je bij staat. Hoe meer uitroeptekens je nodig hebt, hoe minder kracht er uitgaat van je woorden zelf. Als je er zoveel bewijsmateriaal aan moet toevoegen, dan is je mededeling al geïmplodeerd nog voor ze er goed en wel staat.

Een uitroepteken kan. Een zeldzame keer. Om iets écht heel krachtig te onderstrepen. Maar het wordt vaak op een proselytische manier gebruikt, om mensen te overtuigen van het eigen groot gelijk. Met de vuist op tafel te slaan.

Het uitroepteken ruikt naar propaganda en pamfletten. Kameraden! Waarde landgenoten! Het heeft zo’n verheven bezielingsdrang en overtuigingsijver dat ik er niet goed van word. En als ik over het uitroepteken schrijf, ga ik vanzelf dure en grote woorden gebruiken. Want voor het uitroepteken is het ondermaanse niet goed genoeg. Neen! Het moet groot, ronkend en verheven klinken om gewaagd te zijn aan de explosieve munitie onder in dat kleine puntje, dat de streep naar boven doet knallen. Romantiek, mijn beste! Verheven, bovennatuurlijke krachten! 19de-eeuwse interpunctie!

Ach, een vriend van het uitroepteken zal ik nooit worden. Ik gun ieder diertje zijn pleziertje, maar vraag mij niet om uitroeptekens te gebruiken. Ik roep niet graag, en zeker niet al schrijvend. Liever bedien ik mij van een punt om rustig en beslist een einde te zetten achter een mededeling. Zonder bombarie, zonder gedruis.

Blijkbaar ben ik niet de enige die een aversie heeft tegen het uitroepteken, want al researchend kwam ik goed gezelschap tegen.
Veel kijkplezier!

drs. P.: Het uitroepteken

Seinfeld: Elaine and Mr Lippman

Seinfeld: The Sniffing Accountant


De puntkomma

zondag 30 oktober 2011

‘If you really want to hurt your parents, and you don’t have the nerve to be a homosexual, the least you can do is go into the arts. But do not use semicolons. They are transvestite hermaphrodites, standing for absolutely nothing. All they do is show you’ve been to college.’

(Kurt Vonnegut, Knowing What’s Nice)

Een halfslachtig gedrocht

Wie mij een beetje kent, weet dat ik geen groot liefhebber ben van de puntkomma. Dat heeft zo zijn redenen.

De puntkomma is een gedrocht; het is een leesteken dat een beetje van dit en een beetje van dat wil zijn. Het geeft een scheidingsmarkering aan tussen twee zinnen, maar net niet genoeg om een punt te zijn en net te veel om een komma te zijn.

Ik vind: kies wat je wil zeggen. Ofwel geef je een markering tussen twee zinsdelen, en dan gebruik je een komma, ofwel onderscheid je duidelijk twee zinnen. En dan is een punt al wat je nodig hebt. (Over het uitroepteken hebben we het later nog wel eens! Of over het beletselteken met zijn insinuerende ondertoon …)

Zwaarte versus rustpunten

Een puntkomma geeft zwaarte aan een zin; hij vraagt van de lezer bovennatuurlijke concentratie, want je gaat maar oeverloos door. Een puntkomma zegt: ‘Wacht nog even, want ik ben nog niet helemaal klaar met mijn gedachtegang’, en dan moet je als lezer je verstand op scherp zetten; je moet een hele zin in je kortetermijngeheugen bewaren, om dan de volgende eraan te breien in je verstand. Een beetje menslievende schrijver ontziet zijn lezer en geeft hem voldoende rustpunten.

Een punt geeft aan dat je als lezer de zin mag opbergen in je langetermijngeheugen en mag overgaan naar de volgende zin. Punt, afgesloten, gezegd wat is gezegd. Een puntkomma laat je hangende als lezer; je verwacht een vervolg, maar daarvoor moet je je inspannen; je krijgt de zin verdomd niet cadeau.

Ontzie je lezer

Wees lief voor je lezer en ontzie hem een beetje. Hij moet al zoveel lezen op een dag. Spaar zijn vermoeide hersenen en leid hem door de golven van je taal op een manier die geen zwoegwerk vereist. Geef hem rustpunten, haltes op de route van je verhaal. Hij zal je belonen door je tekst uit te lezen tot op het einde. En dat zal geen bitter einde zijn als je de puntkomma zo veel mogelijk achterwege laat.

Uiteraard gebeurt het wel eens dat een puntkomma op zijn plaats is. Als een punt écht te veel is en een komma echt te weinig. Of als je een opsomming moet maken waar duo’s in voorkomen, bv.: ‘Parijs, Frankrijk; Berlijn, Duitsland; London, Groot-Brittannië’. In die zeldzame gevallen moet je het ook maar gewoon gebruiken zonder kunst- en vliegwerk om het te omzeilen. Maar anders vind ik een puntkomma een hoogst ergerlijke uitvinding, die op z’n hoogst in een smiley tot haar recht komt. En dan nog …

P.S.
Uiteraard is dit mijn hoogstpersoonlijke visie; wie neutralere theoretische informatie wil over de puntkomma zal op Taaladvies.net lezen dat dit leesteken een nauw verband tussen twee zinnen aangeeft. Maar als je het mij vraagt, wordt de puntkomma vaak misbruikt op een manier die geen dergelijk verband aangeeft. En daarover gaat mijn ergernis.


Hoe ontwikkel je een authentieke schrijfstem?

zondag 23 oktober 2011

Een stem die iedereen herkent als de jouwe – markant, eigen aan je persoonlijkheid, die uitdrukt wat je wilt zeggen zoals je het wilt zeggen?

Door veel te schrijven. En door authentiek te schrijven.

Maar hoe schrijf je authentiek?

Tja, hoe bén je authentiek? Door jezelf niets voor te houden en door anderen niets voor te houden.

Een ‘valse’, fake schrijfstem ontstaat volgens mij door effectbejag, te willen scoren door bijvoorbeeld ontzettend intelligent of grappig te willen overkomen. Daar is niets mis mee als je het ook bént, maar als het gewoon een façade is om anderen te imponeren, dan prikken lezers daar al gauw door als door een zeepbel.

Doe gewoon

Hoe schrijf je authentiek? Door gewoon te doen, in mijn optiek. Maak je niet te druk om hoe je overkomt, of je wel serieus genomen zult worden, of je wel clever genoeg zult lijken, of grappig en belezen. Zeg wat je te zeggen hebt, en schrijf het zoals je zou spreken. Ik bedoel niet dat je per se een mondelinge zinsbouw moet hanteren – wie ooit transcripties heeft gemaakt van gesprekken weet hoe incoherent mensen vaak praten – maar wel dat je niet opeens een heel andere toon moet gaan aanslaan omdat je nu toevallig schrijft in plaats van spreekt.

In het ideale geval, vind ik, ‘hoor’ je de schrijver bijna spreken als je zijn zinnen leest. Een goede test is daarom ook je zinnen luidop te lezen. Zo hoor je of er flow in zit, en of het ook iets is dat je werkelijk zou kunnen zéggen, dat je uit je eigen mond zou krijgen. Als dat niet het geval is, laat het dan. Schrijf iets anders, dat dichter tegen jezelf aanleunt.

Schrijf vaak en leer luisteren

Een heel goede manier om je eigen schrijfstem te ontwikkelen is ochtendpagina’s schrijven. Ik heb het daar vroeger al over gehad. Het principe van ochtendpagina’s is dat je drie bladzijden lang gewoon doorschrijft, van het eerste woord boven aan de eerste bladzijde tot het laatste woord onder aan bladzijde drie. Je stopt geen moment, je schrijft wel volzinnen, maar je noteert enkel en alleen wat je ‘hoort’ in je hoofd.

Wat ik daarvan geleerd heb voor mijn dagelijkse schrijfpraktijk (als copywriter en tekstschrijver) is ‘Trust the little voices in your head’. Het gebeurt heel vaak dat ik een bepaald woord ‘hoor’ in mijn hoofd, en dat mijn redenerend verstand daartegen ingaat. ‘Neen, dat kan niet, dat gaat mensen choqueren, of het is geen goed Nederlands, of het is te zwart-wit’. Als ik dan een ‘gepolijst’ alternatief neerschrijf, waarvan ik vermoed dat het niemand tegen de haren in gaat strijken, dan stopt gegarandeerd de schrijfflow. Keer ik terug naar het woord dat ik eerst hoorde, dan keert de flow terug en schrijf ik moeiteloos verder – het exposé ontvouwt zich als het ware vanzelf.

Ready when you are…

Het is een beetje zoals channelen, denk ik. Een vriend van mij die channelt, beschreef het ooit als volgt: ‘The words are just there, patiently waiting, tapping their foot, “Ready when you are”…’

Of je nu in channelen gelooft of niet, ik vind het een heel mooie beschrijving van hoe het schrijfproces in zijn werk gaat – althans voor mij. Ik hoor heel vaak de woorden in mijn hoofd, en meestal heb ik het gevoel dat ik maar moet noteren wat ik hoor, als een soort mentaal dictee. Om dat soort van ‘luisteren’ te ontwikkelen zijn ochtendpagina’s een fantastische praktijk. Ik ken geen enkele andere methode – behalve misschien het frequent schrijven van persoonlijke e-mails – die mij zo diep in contact gebracht heeft met mijn innerlijke stem. En van daaruit volgt de uiterlijke schrijfstem, die daar eigenlijk gewoon een vertolking van is.

Maak er geen gevecht van

Ik ben er diep van overtuigd dat schrijven, authentiek schrijven, geen grote moeite hoeft te kosten. Ik zeg niet dat het altijd vanzelf gaat, en ik ben de eerste om toe te geven dat mijn redactierondes veel langer duren dan de eerste schrijfronde in de flow. Maar ik geloof niet in schrijven als een worsteling.

Als schrijven moeite kost, dan is de kans heel groot dat je er te veel strijd in steekt. Verwachtingen, faalangst, angst voor hoe je tekst zal overkomen. Twijfel of het wel goed genoeg zal zijn.

Schrijf gewoon, schrijf normaal, zoals je ook zou spreken. Houd je tijdens het schrijven niet bezig met hoe je tekst zal gelezen worden. Giet er de woorden uit zoals je ze hoort, of ziet, of hoe ze zich ook aan je voordoen. Redigeren kan altijd achteraf.

Schrijf wat juist is … voor jou

En praat je lezers niet naar de mond. Schrijf niet wat je denkt dat ze willen lezen, zélfs als je in opdracht schrijft. (Maar ik geef toe, dat is nog een ander debat, dat hier te ver zou voeren.) Schrijf in de eerste plaats wat juist aanvoelt terwijl je schrijft. ‘Be yourself; everyone else is already taken’, zoals Oscar Wilde zei. Ook in het schrijven. Al schrijf je met horten en stoten – zo zij het dan. Schrijf zoals je spreekt, zoals je bent.

Een authentieke schrijfstem ontwikkel je door authentiek te zijn terwijl je schrijft, en door te vertrouwen op je eigen stijl, die zich van binnen uit ontwikkelt. En dat gebeurt in de praktijk, door veel te schrijven.


De schaduwlezer op je schouder

zondag 16 oktober 2011

Je kent het wel: je zet je aan het schrijven, voor iets dat straks de wijde wereld in moet (in verschillende gradaties van ‘wijd’ – van een nota die intern moet circuleren tot een folder voor een breed publiek of een website). En opeens zit er iemand over je schouder mee te lezen. Niet echt, maar in je gedachten.

Iemand die je censureert zonder dat je het wilt. Want je weet dat hij of zij gevoelig is voor het thema waarover je schrijft. Je bent bang om een verkeerde indruk te maken of – godbetert – een schadelijk woord te gebruiken, iets dat in slechte aarde zal vallen en de diplomatieke verhoudingen helemaal om zeep zal helpen. Of je kansen op promotie voorgoed zal verknallen.

En opeens blokkeert de woordenstroom. Je durft geen woord meer neer te zetten, uit angst dat het in je gezicht zal ontploffen. Een explosie van kwalijke gevolgen als je toch maar een fractie van een letter in de verkeerde richting zou schrijven. Je hand zit vast, de lezer schrijft mee – schrijft je voor wat wel en niet in de tekst mag. Je zou hem van je schouder willen kegelen, maar hij zit er muurvast op, als een papegaai op een stok. Om gek van te worden.

En anderzijds zijn er de inspiratoren. De mensen aan wie je maar ‘Dag X’ hoeft te schrijven en de woorden rollen eruit, onhoudbaar, niet te stoppen. Ik noem ze mijn muzen, de mannen (meestal) en enkele vrouwen die de woordenstroom in mij ontketenen. Als ik mij tot hen richt, dan krijg ik inzicht in mezelf, want door het aan hen te vertellen zie ik breder, dieper en duidelijker wat ik eigenlijk wil zeggen. Het is alsof ze – gewoon maar door er te zijn, als ontvanger van mijn berichten – de inspiratie in mij naar boven halen.

Heerlijke mensen. Voor mij is het trouwens een goede test voor vriendschappen, een barometer voor intermenselijke verhoudingen: ‘Kan ik naar ze schrijven?’ Of niet? De mensen naar wie ik schrijven kan, écht schrijven, behoren vaak tot mijn inner circle. Ze kennen mij, doordat ik naar hen schrijf. Ik schrijf naar hen omdat ze mij kennen. Het is een positieve vicieuze cirkel, waarvan ik het begin en het einde niet ken. Ooit kwam die mens in mijn leven, en nu schrijf ik naar hem of haar. Ooit schreef ik naar die mens, en toen landde hij of zij in het diepste van mijn leven.

Een tip voor als je vastzit met een tekst waarvan je niet weet hoe die ontvangen zal worden: verander het geweer van schouder. Schrijf niet langer voor de strenge, censurerende lezer die klaarstaat met zijn oordeel, die elk woord kan beschouwen als een bom. Schud hem van je schouder af en schrijf voor een van je muzen. Zelfs als de tekst in de verste verte niet voor hem of haar is bestemd.

Door in te tunen op iemand die de schrijfstroom in je wakker maakt – door je voor te stellen dat hij of zij je tekst zal lezen – zal je milder schrijven, losser, onbevangener. Zelfs als je muze je tekst nooit onder ogen zal krijgen, zal de verbinding die je met hem of haar hebt iets van zachtheid in je tekst brengen, een flow die andere lezers meevoert. Niemand hoeft te weten aan wie je de tekst in gedachten hebt geschreven, maar iedereen zal meegenieten van de flow van inspiratie.