Eigen-wijs in zorg

Een boek schrijf je nooit alleen. Toch niet als je in opdracht schrijft. En maar goed ook, want niets is zo fascinerend als in overleg met anderen een boek uit de grond stampen. Of liever: eerst zachtjes met de voeten over de grond schuifelen, voelen waar de materie zit, harder en steviger je voeten neerzetten naarmate je ‘pak’ krijgt op de inhoud, af en toe pas op de plaats maken voor wat reflectie, een stapje achteruit, opzij, even pauzeren, een sprong vooruit, mijlenver stevig doormarcheren, en uiteindelijk: dansen! Want het boek ligt er.

Het boek Eigen-wijs in zorg. Het pedagogische model van de Vleugels schrijven was zo’n voorbeeld van heerlijk teamwork. Het beschrijft de pedagogische visie en aanpak van de Vleugels, een zorg- en expertisecentrum voor mensen met een beperking. Na een korte voorstelling volgt een uiteenzetting van de belangrijkste methodische pijlers die de begeleiders, therapeuten en andere medewerkers van de Vleugels hanteren in de zorg voor hun cliënten: aandacht voor kwaliteit van leven, het sociaal-emotionele ontwikkelingsniveau en de emancipatie van de cliënt, basale grondhouding en stimulatie, multidisciplinair werken en ‘drienamiek’ – een gelijkwaardige communicatie tussen cliënt, netwerk en professionals. Vervolgens illustreert het boek hoe die aanpak wordt toegepast op diverse domeinen uit de dagelijkse praktijk: ontwikkelingsgericht werken, zinvolle dagbesteding, de zorg voor ouder wordende cliënten, nachtzorg en medische zorg, voeding, eet- en slikproblemen, seksualiteit en relatievorming, probleemgedrag en vrijheidsbeperkende maatregelen.

Samenwerken met het team van de Vleugels was een waar genoegen. Het was een intense duik in een voor mij nieuwe wereld, die via vele interviews met diverse medewerkers langzamerhand openging en waar ik gefascineerd naar stond te kijken. De betrokkenheid van het team van de Vleugels met de mensen aan wie ze elke dag warme zorg bieden, was hartverwarmend en inspirerend. De combinatie van hart, verstand en buik (of hoe ze dat laatste zelf noemen: ‘gezond boerenverstand’) in hun aanpak is iets dat me blijft fascineren omdat het zo werkbaar is. De open communicatie met de mensen met wie ik te maken had voor het schrijven van dit boek was een voorbeeld van hoe constructief en effectief communicatie kan zijn, ook in een team, als je de communicatie organiseert en tegelijk vrijheid geeft. Als ik via mail een vraag stelde aan iemand, wist ik: het antwoord zal niet noodzakelijk van dezelfde persoon komen, maar een antwoord komt er. To the point, constructief en allemaal gericht op hetzelfde doel: samen een goed boek maken. Zo moet dat zijn. Een boek in opdracht schrijf je nooit alleen, en gelukkig maar.

Schrijven in tijdsblokken


Een tijd geleden postte iemand op mijn Facebookpagina een link naar een verhaal over een beroemde copywriter, Eugene Schwartz, die een simpel maar doeltreffend systeem had om te werken: hij zette elke dag zijn wekker zes keer op 33’33” en verplichtte zichzelf om gedurende die tijd op zijn stoel te blijven zitten en niets anders te doen dan bezig te zijn met de opdracht die voor hem lag. Zes korte tijdsblokken van gefocust werk. ‘Iets voor jou?’ vroeg degene die het bericht gepost had.

Ik besloot het uit te proberen en constateerde: inderdaad iets voor mij. Ik verlengde de tijdsblokken wel tot 40 minuten, omdat dat iets eenvoudiger rekent en omdat 33 minuten net te kort bleek – zodra ik goed op dreef was, moest ik weer stoppen. 40 minuten bleek beter aan te sluiten bij mijn natuurlijke intellectuele spanningsboog.

Maar wat een geweldig principe! Ik constateerde heel snel dat mijn focus sterker werd. Meer zelfs: tussen twee ‘shifts’ in was ik minder afgeleid, minder geneigd om op Facebook te gaan kijken of e-mails te gaan lezen. Ik dwong mezelf om tussen twee schrijf- of redactierondes op te staan, wat rond te wandelen en bewust even mijn gedachten los te maken van mijn werk. Maar ik merkte algauw dat ik zelfs in die pauzes erop gebrand was weer verder te werken, omdat ik zo gefocust was in die korte maar gerichte tijdspannes. Elk tijdsblok leverde resultaat op, en op dat resultaat wilde ik verder bouwen.

Aan de weg timmeren

Ik merkte nog een ander voordeel op, namelijk dat er niet langer zoiets als een ‘moeilijke’ opdracht bestond. Alles werd behapbaar in tijdsblokken van maximum 40 minuten. In die tijd hoefde ik geen bergen te verzetten, geen verpletterend proza te schrijven, geen glasheldere argumenten neer te zetten waar niemand meer iets tegenin kon brengen. Neen, in die 40 minuten moest ik gewoon verder timmeren aan de weg.

40 minuten is voldoende tijd om een paar paragrafen te schrijven. En een paar paragrafen zijn genoeg om het gevoel te hebben dat je iets substantieels hebt gedaan, iets constructiefs wat de moeite is om op verder te werken. 40 minuten kunnen lang zijn als je even zonder inspiratie zit, maar niet zo lang dat je het gevoel hebt in een gevangenis van tijd te zijn opgesloten. 40 minuten zijn doenbaar, overbrugbaar. Je hoeft je natuurlijke neiging tot afleiding niet voor altijd opzij te zetten, maar gewoon voor even. Voor je het weet zit je in een drive en gaat de wekker. En vloek je binnensmonds omdat je net zo goed op dreef was.

Maar dan is het de kunst om weer op te staan en van je werk weg te lopen. Want de ‘gedwongen’ pauzes dwingen je om je mentale batterijen weer op te laden. Als je schrijft tot je mentaal leeg bent, duurt het veel langer om je hersenen weer op te laden. Je bent vermoeider, je hebt veel langer nodig om weer tot werken in staat te zijn. Als je stopt voor je echt moe bent, recupereer je veel makkelijker en vind je je mentale balans sneller terug.

Werken is voor mij veel prettiger geworden op deze manier. Als ik schrijf of redigeer, ben ik gefocust. Als ik ontspan, zet ik zonder schuldgevoel mijn werk van mij af. Omdat ik weet dat ik straks weer herbegin voor een hanteerbare tijdsperiode. Niet voor uren aan een stuk, maar voor 40 minuten per keer.

Wel bepaal ik voor mijzelf een minimum aantal tijdsblokken dat ik per dag wil halen. Maar ook een maximum. En zo wordt werken – zelfs aan ‘moeilijke’ opdrachten – een heel stuk makkelijker. En aangenamer vooral. Werk en rust in balans.

Bedankt, Eugene Schwartz, voor zo’n geniaal eenvoudig principe. En vooral ook bedankt, Kenny Vermeulen, om mij hierop attent te maken.

Voor wie het zelf wil uitproberen: kies een tijdsduur die comfortabel aanvoelt voor jou, experimenteer met het aantal tijdsblokken dat je zo per dag wilt werken, en vind het juiste evenwicht. Veel plezier en productiviteit gewenst!

P.S. Deze blogpost is geschreven in twee tijdsblokken: een voor de ruwe tekst, een voor redactie en het kiezen van beeldmateriaal.