We moeten het even over de komma hebben

De komma, die kleine pruts. Wat heeft hij toch misdaan dat hij zo vaak mismeesterd wordt? Hij staat waar hij niet moet staan, hij wordt vergeten waar hij wel hoort te staan … Tijd voor een kleine opfrissing van de regels voor correct kommagebruik. Toch die waartegen ik het meest zie zondigen.

De regels van de kunst

Bij het Genootschap Onze Taal vind je de belangrijkste algemene richtlijnen voor het gebruik van de komma. Bij Taaladvies en de Taaltelefoon moet je gericht zoeken per subthema, maar ook dit zijn handige startpagina’s. Sowieso is een goede vuistregel: als je twijfelt, zoek het op. Luiheid is het oorkussen van de spellingduivel. En in de spellinghel wil je niet terechtkomen, want daar wacht je eeuwige verdoemenis op sociale media en professioneel imagoverlies.

Misdaden tegen de komma

1. Ik heb het over jou, komma

Bij een aanspreking hoort een komma beste lezer. Wat ontbreekt hier? Juist, de komma voor ‘beste lezer’. Of zoals het in het Engels gezegd wordt: ‘Let’s eat grandma.’ – ‘Let’s eat, grandma.’ -> Punctuation can save lives.

2. Het mooie, antieke zilveren bestek van oma

Tussen gelijkwaardige (nevengeschikte) bijvoeglijke naamwoorden komt een komma. Met andere woorden: als de bijvoeglijke naamwoorden onderling inwisselbaar zijn van plaats.

Soms is er een vaste volgorde tussen twee bijvoeglijke naamwoorden omdat één ervan een nauwere verbinding heeft met het zelfstandig naamwoord dan het andere. In zo’n geval kun je ze niet van plaats verwisselen en zet je er geen komma tussen. Je kunt bijvoorbeeld moeilijk spreken van het ‘zilveren, antieke, mooie bestek’ van oma. ‘Zilveren’ (het onveranderlijke materiaal waaruit het bestaat) hoort op een vastere manier bij ‘bestek’ dan ‘antiek’ (wat het nog niet was toen het pas werd gemaakt) en ‘mooi’ (een subjectieve beoordeling, want iemand anders vindt het misschien lelijk). Daarom staat het ook dichter bij het zelfstandig naamwoord en staat er geen komma voor, omdat het niet gelijkwaardig is met ‘antieke’.

Voor een deel is dit een kwestie van aanvoelen, voor een deel ook van logica. Het vereist een beetje fingerspitzengefühl, maar als algemene regel kun je stellen: als de bijvoeglijke naamwoorden zonder verschil in betekenis van plaats kunnen veranderen, dan zet je er een komma tussen.

3. What happens in Oxford stays in Oxford

En nu we het over opsommingen hebben: ik zie de zogenaamde Oxford comma tegenwoordig weleens opduiken in Nederlandse teksten. In het Engelse taalgebied heersen vaak verwoede discussies over dit type komma, dat op het einde van opsommingen wordt toegevoegd. Bijvoorbeeld: ‘I had fish, chips, and a salad for lunch.’ Voorstanders van de Oxford comma halen allerlei argumenten boven om te staven dat een zin als deze hélemaal misbegrepen kan worden als die laatste komma er niet staat. Als je het mij vraagt: ik vind het meestal onzin.

In het Nederlands is zo’n komma voor het laatste deel van een opsomming niet gangbaar en in 99% van de gevallen volstrekt niet nodig. Heel soms, als er inderdaad een risico is op dubbelzinnigheid en je daarom duidelijk wilt aangeven welke woorden wel en niet samenhoren, kan zo’n komma gepast zijn. Een voorbeeld: ‘De tentoonstelling bevat schilderijen op hout en doek, en sculpturen uit klei.’

4. Niet elk werkwoord is een persoonsvorm

Velen herinneren zich een regel die er bij hen werd ingedrild op school: ‘Zet een komma tussen twee werkwoorden.’ Ze interpreteren dit als ‘àlle werkwoorden, ongeacht hun rang of stand’. Maar de werkelijkheid is iets genuanceerder dan dat. Het gaat om een komma tussen twee persoonsvormen.

Een persoonsvorm is een vervoegd werkwoord, dat in persoon en getal overeenkomt met het onderwerp in een zin. Bv. ‘Hij komt vandaag’: ‘komt’ is in deze zin de persoonsvorm. Wanneer twee persoonsvormen in een zin naast elkaar staan, voeg je een komma in. Alleen in heel korte zinnen kun je die komma soms weglaten. Bv. ‘Al wat je zegt ben je zelf.’

Een fout die ik heel vaak zie, is dat er een komma wordt geplaatst tussen een infinitief (onbepaalde wijs) en een persoonsvorm.
Bv. ‘Van thuis uit werken, kan een negatieve impact hebben op je focus.’ Hier hoort geen komma, omdat enkel ‘kan’ een vervoegd werkwoord is. ‘Werken’ is in deze zin een infinitief.
Correct is: ‘Van thuis uit werken kan een negatieve impact hebben op je focus.’

5. Haar minnaar(,) die in Parijs woont

Hier komen we op het nobele & edele terrein van de subtielere grammatica. En de uitstervende kunst van het weten waar je wel of niet een komma tussen bijvoeglijke bijzinnen moet zetten. Want niet alle dergelijke bijzinnen zijn gelijk. Er bestaan namelijk uitbreidende en beperkende bijvoeglijke bijzinnen.

Heel kort de theorie:

  • Een uitbreidende bijvoeglijke bijzin geeft extra informatie bij de hoofdzin, maar is niet noodzakelijk om de hoofdzin correct te begrijpen. De hoofdzin kan dus perfect op zichzelf staan als de bijzin wordt weggelaten. Voor een uitbreidende bijvoeglijke bijzin komt een komma.

    Bv. ‘Colin Firth, die knapper wordt met de jaren, is momenteel weer in heel wat films te zien.’ De bijzin geeft extra info, die niet noodzakelijk is om de hoofdzin te begrijpen.

    Soms is die extra info meer relevant, maar dat wil nog altijd niet zeggen dat er een komma moet sneuvelen.
    Bv. ‘Liza’s minnaar, die in Parijs woont, kwam voor haar verjaardag speciaal overgevlogen.’ Uit deze zin leid je af dat Liza één minnaar heeft. Het feit dat hij in Parijs woont, is bijkomende informatie die weliswaar nuttig is, maar niet essentieel om de hoofdzin correct te begrijpen. Laat je de komma voor de bijzin weg (‘Liza’s minnaar die in Parijs woont’), dan impliceer je dat Liza meer dan één minnaar heeft, waaronder minstens één die in een andere stad woont.

  • Een beperkende bijvoeglijke bijzin specificeert de informatie uit de hoofdzin. Met andere woorden: je versmalt de mogelijke interpretaties van de hoofdzin tot één optie, die essentieel is om de hoofdzin correct te begrijpen. Voor een beperkende bijvoeglijke bijzin komt geen komma.

    Bv. ‘Liza’s minnaar die in Parijs woont, heeft geen weet van zijn rivaal in Berlijn.’ Van alle minnaars van Liza wordt de focus hier versmald tot die ene die in Parijs woont.

  • Een simpel ezelsbruggetje:

  • ‘uitbreidend’ = meer (info & komma’s) -> komma voor de bijzin.
  • ‘beperkend’ = minder (interpretatiemogelijkheden & komma’s) -> geen komma voor de bijzin.
  • 6. De puntkomma is niét dood

    In tegenstelling tot de geruchten is de puntkomma nog levend en wel. Of hij geliefd is, dat is een andere vraag. De meeste hedendaagse taalgebruikers lopen er met een grote boog omheen; een komma is zoveel gemakkelijker. Maar een puntkomma biedt net iets meer nuance dan een komma of een punt, als het over het verband tussen zinnen gaat. Een puntkomma heeft iets van slaan en zalven: hij verbindt zinnen die te nauw samenhangen om ze volledig van elkaar te scheiden met een punt, maar creëert meer afstand dan een komma doet.

    In hedendaagse teksten zie ik steeds vaker een komma staan waar er volgens de regels van de kunst eigenlijk een puntkomma zou horen. Of een dubbelepunt. Je weet wel wat ik bedoel, de zinnen volgen elkaar op, er hoeft niet echt een visueel onderscheid te worden gemaakt volgens de schrijver, de lezer snapt het wel. Tja.

    Zal iemand je hiervoor doodslaan? Natuurlijk niet. Mag het verkocht worden als een stilistische keuze? Dat is mogelijk, als het dat werkelijk is. Als het erom gaat je onzekerheid te verbergen omdat je niet goed weet welk leesteken er nu eigenlijk moet staan, dan is de komma hier een zwaktebod. De puntkomma heeft werkelijk zijn waarde; het is wellicht voor velen een acquired taste, maar het is een leesteken dat een heel specifieke functie heeft. Gebruik het dus gerust als het van pas komt.

    De puntkomma heeft de afgelopen jaren trouwens een emotionele en maatschappelijke symboolwaarde gekregen via het Project Semicolon. Het teken ; staat voor het bespreekbaar maken van geestelijke gezondheid en suïcidepreventie. Mensen laten een puntkomma op hun pols of elders op hun lichaam tatoeëren om te laten zien dat ze ervoor gekozen hebben geen punt te zetten achter hun leven, maar na een moeilijke pauze hun zin te laten doorlopen. Een mooi en hoopgevend symbool, dat vanuit een heel andere hoek een verfrissend licht kan laten schijnen op de soms verguisde puntkomma.

    Het uitroepteken


    Het idee voor deze blogpost zat al in mijn gedachten net na het schrijven van de vorige, en dat is inmiddels bijna drie maanden geleden. Kun je nagaan hoeveel weerstand ik heb tegen het uitroepteken.

    Want het is ook een monster! Niet zo erg als de puntkomma, maar toch, het is er verre familie van in zijn irritatiefactor.

    Een uitroepteken geeft kracht aan een zin, maar vaak doet het dat met zoveel bombarie dat al die kracht verloren gaat.

    Mijn motto is: less is more. Vergelijk dat met: less is more! Nadrukkelijk gillen, met de borst vooruit. Je ziet het zo voor je. Je ziet het zo voor je! Toch?!

    Nog erger is het als iemand twee uitroeptekens na elkaar gebruikt. Dat is werkelijk nergens voor nodig!! Twee uitroeptekens (of meer) naast elkaar hebben hoegenaamd geen enkele cumulatieve kracht. Integendeel, ze verwateren het effect waar je bij staat. Hoe meer uitroeptekens je nodig hebt, hoe minder kracht er uitgaat van je woorden zelf. Als je er zoveel bewijsmateriaal aan moet toevoegen, dan is je mededeling al geïmplodeerd nog voor ze er goed en wel staat.

    Een uitroepteken kan. Een zeldzame keer. Om iets écht heel krachtig te onderstrepen. Maar het wordt vaak op een proselytische manier gebruikt, om mensen te overtuigen van het eigen groot gelijk. Met de vuist op tafel te slaan.

    Het uitroepteken ruikt naar propaganda en pamfletten. Kameraden! Waarde landgenoten! Het heeft zo’n verheven bezielingsdrang en overtuigingsijver dat ik er niet goed van word. En als ik over het uitroepteken schrijf, ga ik vanzelf dure en grote woorden gebruiken. Want voor het uitroepteken is het ondermaanse niet goed genoeg. Neen! Het moet groot, ronkend en verheven klinken om gewaagd te zijn aan de explosieve munitie onder in dat kleine puntje, dat de streep naar boven doet knallen. Romantiek, mijn beste! Verheven, bovennatuurlijke krachten! 19de-eeuwse interpunctie!

    Ach, een vriend van het uitroepteken zal ik nooit worden. Ik gun ieder diertje zijn pleziertje, maar vraag mij niet om uitroeptekens te gebruiken. Ik roep niet graag, en zeker niet al schrijvend. Liever bedien ik mij van een punt om rustig en beslist een einde te zetten achter een mededeling. Zonder bombarie, zonder gedruis.

    Blijkbaar ben ik niet de enige die een aversie heeft tegen het uitroepteken, want al researchend kwam ik goed gezelschap tegen.
    Veel kijkplezier!

    drs. P.: Het uitroepteken

    Seinfeld: Elaine and Mr Lippman

    Seinfeld: The Sniffing Accountant

    De puntkomma

    ‘If you really want to hurt your parents, and you don’t have the nerve to be a homosexual, the least you can do is go into the arts. But do not use semicolons. They are transvestite hermaphrodites, standing for absolutely nothing. All they do is show you’ve been to college.’

    (Kurt Vonnegut, Knowing What’s Nice)

    Een halfslachtig gedrocht

    Wie mij een beetje kent, weet dat ik geen groot liefhebber ben van de puntkomma. Dat heeft zo zijn redenen.

    De puntkomma is een gedrocht; het is een leesteken dat een beetje van dit en een beetje van dat wil zijn. Het geeft een scheidingsmarkering aan tussen twee zinnen, maar net niet genoeg om een punt te zijn en net te veel om een komma te zijn.

    Ik vind: kies wat je wil zeggen. Ofwel geef je een markering tussen twee zinsdelen, en dan gebruik je een komma, ofwel onderscheid je duidelijk twee zinnen. En dan is een punt al wat je nodig hebt. (Over het uitroepteken hebben we het later nog wel eens! Of over het beletselteken met zijn insinuerende ondertoon …)

    Zwaarte versus rustpunten

    Een puntkomma geeft zwaarte aan een zin; hij vraagt van de lezer bovennatuurlijke concentratie, want je gaat maar oeverloos door. Een puntkomma zegt: ‘Wacht nog even, want ik ben nog niet helemaal klaar met mijn gedachtegang’, en dan moet je als lezer je verstand op scherp zetten; je moet een hele zin in je kortetermijngeheugen bewaren, om dan de volgende eraan te breien in je verstand. Een beetje menslievende schrijver ontziet zijn lezer en geeft hem voldoende rustpunten.

    Een punt geeft aan dat je als lezer de zin mag opbergen in je langetermijngeheugen en mag overgaan naar de volgende zin. Punt, afgesloten, gezegd wat is gezegd. Een puntkomma laat je hangende als lezer; je verwacht een vervolg, maar daarvoor moet je je inspannen; je krijgt de zin verdomd niet cadeau.

    Ontzie je lezer

    Wees lief voor je lezer en ontzie hem een beetje. Hij moet al zoveel lezen op een dag. Spaar zijn vermoeide hersenen en leid hem door de golven van je taal op een manier die geen zwoegwerk vereist. Geef hem rustpunten, haltes op de route van je verhaal. Hij zal je belonen door je tekst uit te lezen tot op het einde. En dat zal geen bitter einde zijn als je de puntkomma zo veel mogelijk achterwege laat.

    Uiteraard gebeurt het wel eens dat een puntkomma op zijn plaats is. Als een punt écht te veel is en een komma echt te weinig. Of als je een opsomming moet maken waar duo’s in voorkomen, bv.: ‘Parijs, Frankrijk; Berlijn, Duitsland; London, Groot-Brittannië’. In die zeldzame gevallen moet je het ook maar gewoon gebruiken zonder kunst- en vliegwerk om het te omzeilen. Maar anders vind ik een puntkomma een hoogst ergerlijke uitvinding, die op z’n hoogst in een smiley tot haar recht komt. En dan nog …

    P.S.
    Uiteraard is dit mijn hoogstpersoonlijke visie; wie neutralere theoretische informatie wil over de puntkomma zal op Taaladvies.net lezen dat dit leesteken een nauw verband tussen twee zinnen aangeeft. Maar als je het mij vraagt, wordt de puntkomma vaak misbruikt op een manier die geen dergelijk verband aangeeft. En daarover gaat mijn ergernis.