We moeten het even over de komma hebben

zondag 11 november 2018

De komma, die kleine pruts. Wat heeft hij toch misdaan dat hij zo vaak mismeesterd wordt? Hij staat waar hij niet moet staan, hij wordt vergeten waar hij wel hoort te staan … Tijd voor een kleine opfrissing van de regels voor correct kommagebruik. Toch die waartegen ik het meest zie zondigen.

De regels van de kunst

Bij het Genootschap Onze Taal vind je de belangrijkste algemene richtlijnen voor het gebruik van de komma. Bij Taaladvies en de Taaltelefoon moet je gericht zoeken per subthema, maar ook dit zijn handige startpagina’s. Sowieso is een goede vuistregel: als je twijfelt, zoek het op. Luiheid is het oorkussen van de spellingduivel. En in de spellinghel wil je niet terechtkomen, want daar wacht je eeuwige verdoemenis op sociale media en professioneel imagoverlies.

Misdaden tegen de komma

1. Ik heb het over jou, komma

Bij een aanspreking hoort een komma beste lezer. Wat ontbreekt hier? Juist, de komma voor ‘beste lezer’. Of zoals het in het Engels gezegd wordt: ‘Let’s eat grandma.’ – ‘Let’s eat, grandma.’ -> Punctuation can save lives.

2. Het mooie, antieke zilveren bestek van oma

Tussen gelijkwaardige (nevengeschikte) bijvoeglijke naamwoorden komt een komma. Met andere woorden: als de bijvoeglijke naamwoorden onderling inwisselbaar zijn van plaats.

Soms is er een vaste volgorde tussen twee bijvoeglijke naamwoorden omdat één ervan een nauwere verbinding heeft met het zelfstandig naamwoord dan het andere. In zo’n geval kun je ze niet van plaats verwisselen en zet je er geen komma tussen. Je kunt bijvoorbeeld moeilijk spreken van het ‘zilveren, antieke, mooie bestek’ van oma. ‘Zilveren’ (het onveranderlijke materiaal waaruit het bestaat) hoort op een vastere manier bij ‘bestek’ dan ‘antiek’ (wat het nog niet was toen het pas werd gemaakt) en ‘mooi’ (een subjectieve beoordeling, want iemand anders vindt het misschien lelijk). Daarom staat het ook dichter bij het zelfstandig naamwoord en staat er geen komma voor, omdat het niet gelijkwaardig is met ‘antieke’.

Voor een deel is dit een kwestie van aanvoelen, voor een deel ook van logica. Het vereist een beetje fingerspitzengefühl, maar als algemene regel kun je stellen: als de bijvoeglijke naamwoorden zonder verschil in betekenis van plaats kunnen veranderen, dan zet je er een komma tussen.

3. What happens in Oxford stays in Oxford

En nu we het over opsommingen hebben: ik zie de zogenaamde Oxford comma tegenwoordig weleens opduiken in Nederlandse teksten. In het Engelse taalgebied heersen vaak verwoede discussies over dit type komma, dat op het einde van opsommingen wordt toegevoegd. Bijvoorbeeld: ‘I had fish, chips, and a salad for lunch.’ Voorstanders van de Oxford comma halen allerlei argumenten boven om te staven dat een zin als deze hélemaal misbegrepen kan worden als die laatste komma er niet staat. Als je het mij vraagt: ik vind het meestal onzin.

In het Nederlands is zo’n komma voor het laatste deel van een opsomming niet gangbaar en in 99% van de gevallen volstrekt niet nodig. Heel soms, als er inderdaad een risico is op dubbelzinnigheid en je daarom duidelijk wilt aangeven welke woorden wel en niet samenhoren, kan zo’n komma gepast zijn. Een voorbeeld: ‘De tentoonstelling bevat schilderijen op hout en doek, en sculpturen uit klei.’

4. Niet elk werkwoord is een persoonsvorm

Velen herinneren zich een regel die er bij hen werd ingedrild op school: ‘Zet een komma tussen twee werkwoorden.’ Ze interpreteren dit als ‘àlle werkwoorden, ongeacht hun rang of stand’. Maar de werkelijkheid is iets genuanceerder dan dat. Het gaat om een komma tussen twee persoonsvormen.

Een persoonsvorm is een vervoegd werkwoord, dat in persoon en getal overeenkomt met het onderwerp in een zin. Bv. ‘Hij komt vandaag’: ‘komt’ is in deze zin de persoonsvorm. Wanneer twee persoonsvormen in een zin naast elkaar staan, voeg je een komma in. Alleen in heel korte zinnen kun je die komma soms weglaten. Bv. ‘Al wat je zegt ben je zelf.’

Een fout die ik heel vaak zie, is dat er een komma wordt geplaatst tussen een infinitief (onbepaalde wijs) en een persoonsvorm.
Bv. ‘Van thuis uit werken, kan een negatieve impact hebben op je focus.’ Hier hoort geen komma, omdat enkel ‘kan’ een vervoegd werkwoord is. ‘Werken’ is in deze zin een infinitief.
Correct is: ‘Van thuis uit werken kan een negatieve impact hebben op je focus.’

5. Haar minnaar(,) die in Parijs woont

Hier komen we op het nobele & edele terrein van de subtielere grammatica. En de uitstervende kunst van het weten waar je wel of niet een komma tussen bijvoeglijke bijzinnen moet zetten. Want niet alle dergelijke bijzinnen zijn gelijk. Er bestaan namelijk uitbreidende en beperkende bijvoeglijke bijzinnen.

Heel kort de theorie:

  • Een uitbreidende bijvoeglijke bijzin geeft extra informatie bij de hoofdzin, maar is niet noodzakelijk om de hoofdzin correct te begrijpen. De hoofdzin kan dus perfect op zichzelf staan als de bijzin wordt weggelaten. Voor een uitbreidende bijvoeglijke bijzin komt een komma.

    Bv. ‘Colin Firth, die knapper wordt met de jaren, is momenteel weer in heel wat films te zien.’ De bijzin geeft extra info, die niet noodzakelijk is om de hoofdzin te begrijpen.

    Soms is die extra info meer relevant, maar dat wil nog altijd niet zeggen dat er een komma moet sneuvelen.
    Bv. ‘Liza’s minnaar, die in Parijs woont, kwam voor haar verjaardag speciaal overgevlogen.’ Uit deze zin leid je af dat Liza één minnaar heeft. Het feit dat hij in Parijs woont, is bijkomende informatie die weliswaar nuttig is, maar niet essentieel om de hoofdzin correct te begrijpen. Laat je de komma voor de bijzin weg (‘Liza’s minnaar die in Parijs woont’), dan impliceer je dat Liza meer dan één minnaar heeft, waaronder minstens één die in een andere stad woont.

  • Een beperkende bijvoeglijke bijzin specificeert de informatie uit de hoofdzin. Met andere woorden: je versmalt de mogelijke interpretaties van de hoofdzin tot één optie, die essentieel is om de hoofdzin correct te begrijpen. Voor een beperkende bijvoeglijke bijzin komt geen komma.

    Bv. ‘Liza’s minnaar die in Parijs woont, heeft geen weet van zijn rivaal in Berlijn.’ Van alle minnaars van Liza wordt de focus hier versmald tot die ene die in Parijs woont.

  • Een simpel ezelsbruggetje:

  • ‘uitbreidend’ = meer (info & komma’s) -> komma voor de bijzin.
  • ‘beperkend’ = minder (interpretatiemogelijkheden & komma’s) -> geen komma voor de bijzin.
  • 6. De puntkomma is niét dood

    In tegenstelling tot de geruchten is de puntkomma nog levend en wel. Of hij geliefd is, dat is een andere vraag. De meeste hedendaagse taalgebruikers lopen er met een grote boog omheen; een komma is zoveel gemakkelijker. Maar een puntkomma biedt net iets meer nuance dan een komma of een punt, als het over het verband tussen zinnen gaat. Een puntkomma heeft iets van slaan en zalven: hij verbindt zinnen die te nauw samenhangen om ze volledig van elkaar te scheiden met een punt, maar creëert meer afstand dan een komma doet.

    In hedendaagse teksten zie ik steeds vaker een komma staan waar er volgens de regels van de kunst eigenlijk een puntkomma zou horen. Of een dubbelepunt. Je weet wel wat ik bedoel, de zinnen volgen elkaar op, er hoeft niet echt een visueel onderscheid te worden gemaakt volgens de schrijver, de lezer snapt het wel. Tja.

    Zal iemand je hiervoor doodslaan? Natuurlijk niet. Mag het verkocht worden als een stilistische keuze? Dat is mogelijk, als het dat werkelijk is. Als het erom gaat je onzekerheid te verbergen omdat je niet goed weet welk leesteken er nu eigenlijk moet staan, dan is de komma hier een zwaktebod. De puntkomma heeft werkelijk zijn waarde; het is wellicht voor velen een acquired taste, maar het is een leesteken dat een heel specifieke functie heeft. Gebruik het dus gerust als het van pas komt.

    De puntkomma heeft de afgelopen jaren trouwens een emotionele en maatschappelijke symboolwaarde gekregen via het Project Semicolon. Het teken ; staat voor het bespreekbaar maken van geestelijke gezondheid en suïcidepreventie. Mensen laten een puntkomma op hun pols of elders op hun lichaam tatoeëren om te laten zien dat ze ervoor gekozen hebben geen punt te zetten achter hun leven, maar na een moeilijke pauze hun zin te laten doorlopen. Een mooi en hoopgevend symbool, dat vanuit een heel andere hoek een verfrissend licht kan laten schijnen op de soms verguisde puntkomma.


    De hang naar kapitalen

    maandag 15 juni 2015

    Ik ben het de laatste tijd een paar keer tegengekomen in mijn redactiepraktijk: Nederlandse titels die met hoofdletters worden geschreven waar dat niet hoeft, en volgens de Nederlandse spellingregels eigenlijk ook niet hoort. Een paar fictieve voorbeelden: ‘De Hang Naar Kapitaal’, ‘Mijn Leven Met Twee Katten’, ‘Te Voet Naar Parijs’. Volgens de Nederlandse spelling moet dat respectievelijk zijn: ‘De hang naar kapitaal’, ‘Mijn leven met twee katten’, ‘Te voet naar Parijs’.

    Waarom beginnen mensen opeens titels vol hoofdletters te schrijven in het Nederlands? Een verklaring ligt voor de hand: de meesten van ons lezen veel Engels (op het internet en elders), en in het Engels worden de belangrijkste woorden in een titel met hoofdletters geschreven. Een paar bestaande voorbeelden: ‘Game of Thrones’, ‘Far from the Madding Crowd’, ‘The Englishman Who Went Up a Hill But Came Down a Mountain’. Als je dat gebruik aldoor rond je ziet in het Engels, kun je op den duur beginnen twijfelen of je dat ook niet in het Nederlands zo moet doen.

    Niet dus. In het Nederlands zijn we tamelijk zuinig met hoofdletters. Ook als het gaat om eretitels en functiebenamingen moet iemand al van erg hoge komaf zijn om een hoofdletter te verdienen. We schrijven over koning Filip, paus Franciscus, de minister van Onderwijs, de algemeen directeur van een onderneming … Meer daarover volgt nog wel eens in een aparte blogpost, maar het punt is: in het Nederlands strooien we niet zo snel met kapitalen.

    Terug naar de titels. Tenzij je Gerard Reve of Winnie de Poeh heet en graag Belangrijke Woorden een Hoofdletter meegeeft om er wat Extra Gewicht of een Ironische Lading aan te geven, volstaat het om het eerste woord van een titel met een hoofdletter te schrijven. Behalve uiteraard als er in de titel nog een eigennaam, plaatsnaam, merknaam … voorkomt. Die krijgt dan net als in lopende tekst ook een hoofdletter. Bijvoorbeeld: ‘Haar naam was Sarah’, ‘Nachttrein naar Lissabon’, ‘Apple of Windows? De keuze is aan u’. Een enkele keer kan het wel gepast zijn om een woord met een hoofdletter te schrijven om het een extra lading mee te geven, bv. ‘Het grote Niets’, maar ik zou er toch spaarzaam mee zijn.

    Wat doe je dan met Engelse titels in een Nederlandse tekst? Schrijf je ‘Ik ben gisteren naar Far from the Madding Crowd gaan kijken’ (de Engelse conventie) of ‘Ik vond Matthias Schoenaerts geweldig in Far from the madding crowd‘ (de Nederlandse conventie)? Taaladvies stelt dat beide kunnen, maar geeft de voorkeur aan de Nederlandse conventie. Ik geef toe dat ik zelf doorgaans de Engelse conventie volg, maar dat zal de anglist in mij zijn. Ook redacteuren hebben soms hun persoonlijke voorkeuren …

    In elk geval raadt ook Taaladvies af de Engelse conventie door te trekken in Nederlandse titels en daar alle woorden met een hoofdletter te schrijven. Niet doen dus.

    Tot slot. Gewoontes zijn hardnekkig, en de menselijke geest is zwak. Als je toch de onbedwingbare neiging zou hebben om een Nederlandse titel vol kapitalen te stoppen, dan kan ik de shocktherapie van dr. Switzer aanbevelen.


    Het uitroepteken

    donderdag 26 januari 2012


    Het idee voor deze blogpost zat al in mijn gedachten net na het schrijven van de vorige, en dat is inmiddels bijna drie maanden geleden. Kun je nagaan hoeveel weerstand ik heb tegen het uitroepteken.

    Want het is ook een monster! Niet zo erg als de puntkomma, maar toch, het is er verre familie van in zijn irritatiefactor.

    Een uitroepteken geeft kracht aan een zin, maar vaak doet het dat met zoveel bombarie dat al die kracht verloren gaat.

    Mijn motto is: less is more. Vergelijk dat met: less is more! Nadrukkelijk gillen, met de borst vooruit. Je ziet het zo voor je. Je ziet het zo voor je! Toch?!

    Nog erger is het als iemand twee uitroeptekens na elkaar gebruikt. Dat is werkelijk nergens voor nodig!! Twee uitroeptekens (of meer) naast elkaar hebben hoegenaamd geen enkele cumulatieve kracht. Integendeel, ze verwateren het effect waar je bij staat. Hoe meer uitroeptekens je nodig hebt, hoe minder kracht er uitgaat van je woorden zelf. Als je er zoveel bewijsmateriaal aan moet toevoegen, dan is je mededeling al geïmplodeerd nog voor ze er goed en wel staat.

    Een uitroepteken kan. Een zeldzame keer. Om iets écht heel krachtig te onderstrepen. Maar het wordt vaak op een proselytische manier gebruikt, om mensen te overtuigen van het eigen groot gelijk. Met de vuist op tafel te slaan.

    Het uitroepteken ruikt naar propaganda en pamfletten. Kameraden! Waarde landgenoten! Het heeft zo’n verheven bezielingsdrang en overtuigingsijver dat ik er niet goed van word. En als ik over het uitroepteken schrijf, ga ik vanzelf dure en grote woorden gebruiken. Want voor het uitroepteken is het ondermaanse niet goed genoeg. Neen! Het moet groot, ronkend en verheven klinken om gewaagd te zijn aan de explosieve munitie onder in dat kleine puntje, dat de streep naar boven doet knallen. Romantiek, mijn beste! Verheven, bovennatuurlijke krachten! 19de-eeuwse interpunctie!

    Ach, een vriend van het uitroepteken zal ik nooit worden. Ik gun ieder diertje zijn pleziertje, maar vraag mij niet om uitroeptekens te gebruiken. Ik roep niet graag, en zeker niet al schrijvend. Liever bedien ik mij van een punt om rustig en beslist een einde te zetten achter een mededeling. Zonder bombarie, zonder gedruis.

    Blijkbaar ben ik niet de enige die een aversie heeft tegen het uitroepteken, want al researchend kwam ik goed gezelschap tegen.
    Veel kijkplezier!

    drs. P.: Het uitroepteken

    Seinfeld: Elaine and Mr Lippman

    Seinfeld: The Sniffing Accountant


    Is goede spelling belangrijk?

    zondag 2 oktober 2011

    Ja en neen.
    Het is het einde van de wereld niet als je een spelfout maakt. We zijn alleen zo opgevoed, met het idee dat het een intergalactische ramp is als je een d schrijft waar een t hoort te staan, of een ei waar een ij moet.

    Heeft dit belang? In het licht van de eeuwigheid natuurlijk niet. Op je sterfbed ga je niet verzuchten: ‘Ik wou dat ik een betere speller was geweest tijdens mijn levensdagen.’ Neen, je kijkt terug op wat er echt toe deed: de liefde, het leven, je inzichten, je ervaringen, je geluksmomenten, passie, wijsheid, vergeving, enzovoort.

    Doet spelling er dan niet toe? Toch wel, maar ik wil vooral de bottomline meegeven dat het een conventie is.

    Spelling is geen zaak van harde wetten, van lijfstraffen in geval van overtreding. Het is een zaak van afspraken, om de verstaanbaarheid tussen taalgebruikers in eenzelfde taalgebied te vergemakkelijken. Als ik West-Vlaams schreef, zou de helft (of meer) van mijn lezers snel afhaken. Als ik men text zou doorspeken met zpelfauwten dan sou het iedz moejleker gaan om ales flot te leezen.

    Maar bekijk een Nederlandse tekst van honderd jaar geleden en je begrijpt meteen dat spelling relatief is. De visch werd vis, zoo werd zo, en den hond die men toen zag, werd gewoon de hond. Taal evolueert, onvermijdelijk, en de spelling evolueert mee.

    Is de Nederlandse spelling makkelijk? Neen. Is ze logisch? Absoluut niet. Ik heb in mijn leven al een stuk of drie spellinghervormingen meegemaakt, en ook ik zucht iedere keer als er nog maar eens regels herzien worden. Regels waarmee we vroeger, als kind of student, om de oren geslagen werden als met de hand Gods.

    Waarom is spelling dan belangrijk?

  • Omdat een correct geschreven tekst makkelijker leest, want hij volgt de conventies die we gewoon zijn. Niets leidt ons af op het oppervlakteniveau, de tekst gaat vlot binnen omdat hij ons verwachtingspatroon volgt. Een spelfout leidt af en verstoort de concentratie voor wie erop let.
  • Omdat je er een goede indruk mee maakt. Draai of keer het zoals je wilt: voor velen oogt een tekst met spelfouten slordig, onprofessioneel en – ik durf het bijna niet te zeggen – iets minder intelligent dan een zonder spelfouten.
  • Is dat een gegronde indruk? Soms niet. Ik ken mensen die bijzonder intelligent zijn, maar die dyslectisch zijn (woordblind) en daardoor geen zin correct kunnen schrijven. Maar soms heeft het ook te maken met onzorgvuldigheid. Gehaastheid om een tekst de wereld in te jagen, zonder nalezen. En soms, tja, soms heeft het ook te maken met een gebrek aan aanleg of interesse voor taal en spelling bij de schrijver in kwestie.

    Is dat erg?
    Neen, want zelfs met spelfouten is een tekst hoogstwaarschijnlijk verstaanbaar.
    Ja, want in contexten waar men zwaar tilt aan spelfouten (sollicitatiebrieven, publicaties, officiële documenten,…) gaat je imago snel onderuit als er een paar missers in je spelling zitten.

    Moraal van het verhaal? Spelling is onbelangrijk in het licht van de eeuwigheid en de Grote Vragen zoals de zin van het leven, de liefde en de dood. Spelling is belangrijk in de context van ons ondermaanse bestaan, waar je maar al te vaak wordt afgerekend op kleine fouten.

    Oplossingen? Gebruik de spellingchecker. Gebruik het Groene Boekje of Van Dale Online en doe de moeite om woorden op te zoeken waarvan je twijfelt aan de spelling. Lees je teksten na vooraleer je ze verzendt of publiceert. Lees ze na op papier, want dan zie je veel meer details dan op scherm. Of laat je teksten nalezen door iemand anders.

    Maar bovenal: relax, en zie spelling in haar juiste – relatieve – context. Een spelfout is geen karakterfout. Van spelling hangen zelden levens af. Ze kunnen wel je professionele imago schaden. Afhankelijk van hoe zwaar je daaraan tilt en in welke beroepscontext je werkt, is spelling meer of minder belangrijk.


    Editing the buddhist way

    maandag 12 oktober 2009

    The way I see it, editing is a very “buddhist” activity – you’ve got to make your own ego very transparent and serve the author’s voice, not show off with your own skill. I think a good editor should be invisible, or at least make themselves as transparent as possible. You know something’s happened to the text but you can’t exactly pinpoint what. Sometimes I even have to look for what exactly it was I did to a text when a customer tells me I made it so much better. It’s very much in the details. But I guess that’s a personal thing – I think I’ve got a “minimalist” editing style, I will never bulldozer through a text.