2014: woord vooraf

Het nieuwe jaar is alweer daar. Voor 2014 geef ik een paar dingen ter overweging mee die met schrijven en woorden te maken hebben.

1. Schrijf als je iets te vertellen hebt.

2. ‘Wovon man nicht sprechen kann, darüber muss man schweigen.’ (Ludwig Wittgenstein, Tractatus Logico-philosophicus)

3. Houd het Engelse acroniem ‘THINK’ in gedachten als je iets schrijft:

– Is it True?
– Is it Helpful?
– Is it Inspiring?
– Is it Necessary?
– Is it Kind?

4. ‘Be kind whenever possible. It is always possible.’ (Dalai Lama)

5. ‘Wees onberispelijk in je woorden.’ (Don Miguel Ruiz, De vier inzichten)

6. ‘Uw ja moet ja zijn en uw neen, neen.’ (Matteüs 5:37)

7. ‘Orden bära icke bojor, sade han. Orden, dem hava stormvindens kraft.’ (Torgny Lindgren, Merabs skönhet)

(Woorden dragen geen ketenen, zei hij. Woorden hebben de kracht van een stormwind.)

Mijn wens voor 2014: ga bewust met je woorden om.

Dit gezegd zijnde wens ik je een heel mooi jaar toe.

Schrijven in tijdsblokken


Een tijd geleden postte iemand op mijn Facebookpagina een link naar een verhaal over een beroemde copywriter, Eugene Schwartz, die een simpel maar doeltreffend systeem had om te werken: hij zette elke dag zijn wekker zes keer op 33’33” en verplichtte zichzelf om gedurende die tijd op zijn stoel te blijven zitten en niets anders te doen dan bezig te zijn met de opdracht die voor hem lag. Zes korte tijdsblokken van gefocust werk. ‘Iets voor jou?’ vroeg degene die het bericht gepost had.

Ik besloot het uit te proberen en constateerde: inderdaad iets voor mij. Ik verlengde de tijdsblokken wel tot 40 minuten, omdat dat iets eenvoudiger rekent en omdat 33 minuten net te kort bleek – zodra ik goed op dreef was, moest ik weer stoppen. 40 minuten bleek beter aan te sluiten bij mijn natuurlijke intellectuele spanningsboog.

Maar wat een geweldig principe! Ik constateerde heel snel dat mijn focus sterker werd. Meer zelfs: tussen twee ‘shifts’ in was ik minder afgeleid, minder geneigd om op Facebook te gaan kijken of e-mails te gaan lezen. Ik dwong mezelf om tussen twee schrijf- of redactierondes op te staan, wat rond te wandelen en bewust even mijn gedachten los te maken van mijn werk. Maar ik merkte algauw dat ik zelfs in die pauzes erop gebrand was weer verder te werken, omdat ik zo gefocust was in die korte maar gerichte tijdspannes. Elk tijdsblok leverde resultaat op, en op dat resultaat wilde ik verder bouwen.

Aan de weg timmeren

Ik merkte nog een ander voordeel op, namelijk dat er niet langer zoiets als een ‘moeilijke’ opdracht bestond. Alles werd behapbaar in tijdsblokken van maximum 40 minuten. In die tijd hoefde ik geen bergen te verzetten, geen verpletterend proza te schrijven, geen glasheldere argumenten neer te zetten waar niemand meer iets tegenin kon brengen. Neen, in die 40 minuten moest ik gewoon verder timmeren aan de weg.

40 minuten is voldoende tijd om een paar paragrafen te schrijven. En een paar paragrafen zijn genoeg om het gevoel te hebben dat je iets substantieels hebt gedaan, iets constructiefs wat de moeite is om op verder te werken. 40 minuten kunnen lang zijn als je even zonder inspiratie zit, maar niet zo lang dat je het gevoel hebt in een gevangenis van tijd te zijn opgesloten. 40 minuten zijn doenbaar, overbrugbaar. Je hoeft je natuurlijke neiging tot afleiding niet voor altijd opzij te zetten, maar gewoon voor even. Voor je het weet zit je in een drive en gaat de wekker. En vloek je binnensmonds omdat je net zo goed op dreef was.

Maar dan is het de kunst om weer op te staan en van je werk weg te lopen. Want de ‘gedwongen’ pauzes dwingen je om je mentale batterijen weer op te laden. Als je schrijft tot je mentaal leeg bent, duurt het veel langer om je hersenen weer op te laden. Je bent vermoeider, je hebt veel langer nodig om weer tot werken in staat te zijn. Als je stopt voor je echt moe bent, recupereer je veel makkelijker en vind je je mentale balans sneller terug.

Werken is voor mij veel prettiger geworden op deze manier. Als ik schrijf of redigeer, ben ik gefocust. Als ik ontspan, zet ik zonder schuldgevoel mijn werk van mij af. Omdat ik weet dat ik straks weer herbegin voor een hanteerbare tijdsperiode. Niet voor uren aan een stuk, maar voor 40 minuten per keer.

Wel bepaal ik voor mijzelf een minimum aantal tijdsblokken dat ik per dag wil halen. Maar ook een maximum. En zo wordt werken – zelfs aan ‘moeilijke’ opdrachten – een heel stuk makkelijker. En aangenamer vooral. Werk en rust in balans.

Bedankt, Eugene Schwartz, voor zo’n geniaal eenvoudig principe. En vooral ook bedankt, Kenny Vermeulen, om mij hierop attent te maken.

Voor wie het zelf wil uitproberen: kies een tijdsduur die comfortabel aanvoelt voor jou, experimenteer met het aantal tijdsblokken dat je zo per dag wilt werken, en vind het juiste evenwicht. Veel plezier en productiviteit gewenst!

P.S. Deze blogpost is geschreven in twee tijdsblokken: een voor de ruwe tekst, een voor redactie en het kiezen van beeldmateriaal.

Is goede spelling belangrijk?

Ja en neen.
Het is het einde van de wereld niet als je een spelfout maakt. We zijn alleen zo opgevoed, met het idee dat het een intergalactische ramp is als je een d schrijft waar een t hoort te staan, of een ei waar een ij moet.

Heeft dit belang? In het licht van de eeuwigheid natuurlijk niet. Op je sterfbed ga je niet verzuchten: ‘Ik wou dat ik een betere speller was geweest tijdens mijn levensdagen.’ Neen, je kijkt terug op wat er echt toe deed: de liefde, het leven, je inzichten, je ervaringen, je geluksmomenten, passie, wijsheid, vergeving, enzovoort.

Doet spelling er dan niet toe? Toch wel, maar ik wil vooral de bottomline meegeven dat het een conventie is.

Spelling is geen zaak van harde wetten, van lijfstraffen in geval van overtreding. Het is een zaak van afspraken, om de verstaanbaarheid tussen taalgebruikers in eenzelfde taalgebied te vergemakkelijken. Als ik West-Vlaams schreef, zou de helft (of meer) van mijn lezers snel afhaken. Als ik men text zou doorspeken met zpelfauwten dan sou het iedz moejleker gaan om ales flot te leezen.

Maar bekijk een Nederlandse tekst van honderd jaar geleden en je begrijpt meteen dat spelling relatief is. De visch werd vis, zoo werd zo, en den hond die men toen zag, werd gewoon de hond. Taal evolueert, onvermijdelijk, en de spelling evolueert mee.

Is de Nederlandse spelling makkelijk? Neen. Is ze logisch? Absoluut niet. Ik heb in mijn leven al een stuk of drie spellinghervormingen meegemaakt, en ook ik zucht iedere keer als er nog maar eens regels herzien worden. Regels waarmee we vroeger, als kind of student, om de oren geslagen werden als met de hand Gods.

Waarom is spelling dan belangrijk?

  • Omdat een correct geschreven tekst makkelijker leest, want hij volgt de conventies die we gewoon zijn. Niets leidt ons af op het oppervlakteniveau, de tekst gaat vlot binnen omdat hij ons verwachtingspatroon volgt. Een spelfout leidt af en verstoort de concentratie voor wie erop let.
  • Omdat je er een goede indruk mee maakt. Draai of keer het zoals je wilt: voor velen oogt een tekst met spelfouten slordig, onprofessioneel en – ik durf het bijna niet te zeggen – iets minder intelligent dan een zonder spelfouten.
  • Is dat een gegronde indruk? Soms niet. Ik ken mensen die bijzonder intelligent zijn, maar die dyslectisch zijn (woordblind) en daardoor geen zin correct kunnen schrijven. Maar soms heeft het ook te maken met onzorgvuldigheid. Gehaastheid om een tekst de wereld in te jagen, zonder nalezen. En soms, tja, soms heeft het ook te maken met een gebrek aan aanleg of interesse voor taal en spelling bij de schrijver in kwestie.

    Is dat erg?
    Neen, want zelfs met spelfouten is een tekst hoogstwaarschijnlijk verstaanbaar.
    Ja, want in contexten waar men zwaar tilt aan spelfouten (sollicitatiebrieven, publicaties, officiële documenten,…) gaat je imago snel onderuit als er een paar missers in je spelling zitten.

    Moraal van het verhaal? Spelling is onbelangrijk in het licht van de eeuwigheid en de Grote Vragen zoals de zin van het leven, de liefde en de dood. Spelling is belangrijk in de context van ons ondermaanse bestaan, waar je maar al te vaak wordt afgerekend op kleine fouten.

    Oplossingen? Gebruik de spellingchecker. Gebruik het Groene Boekje of Van Dale Online en doe de moeite om woorden op te zoeken waarvan je twijfelt aan de spelling. Lees je teksten na vooraleer je ze verzendt of publiceert. Lees ze na op papier, want dan zie je veel meer details dan op scherm. Of laat je teksten nalezen door iemand anders.

    Maar bovenal: relax, en zie spelling in haar juiste – relatieve – context. Een spelfout is geen karakterfout. Van spelling hangen zelden levens af. Ze kunnen wel je professionele imago schaden. Afhankelijk van hoe zwaar je daaraan tilt en in welke beroepscontext je werkt, is spelling meer of minder belangrijk.