Graag gelezen: David Mitchell, The Thousand Autumns of Jacob de Zoet


Onlangs heb ik een heel mooi boek gelezen: The Thousand Autumns of Jacob de Zoet van David Mitchell. In het Nederlands vertaald als De niet verhoorde gebeden van Jacob de Zoet. Het speelt zich af eind 18de – begin 19de eeuw in Dejima (Nl: Deshima), een eilandje bij Nagasaki, waar een Nederlandse handelspost is van de Verenigde Oostindische Compagnie. Jacob de Zoet is daar een jonge boekhouder, die verloren loopt in de liefde en de intriges van corruptie en de strakke Japanse maatschappij.

Ik heb er ontzettend lang over gedaan om dit boek te lezen, want het is geen gemakkelijke lectuur, maar zo ongeveer halverwege leek het verhaal opeens open te gaan en werd ik er recht in gezogen. Sinds ik boeken één per één uitlees (in plaats van in vier, vijf boeken tegelijk te beginnen en ze in stukken en brokken uit te lezen, als dat al lukte) besef ik dat een auteur soms echt de tijd nodig heeft om de funderingen van een verhaal grondig neer te zetten. Als je een ongeduldige lezer bent (ik beken…) dan denk je in zo’n geval misschien dat het verhaal nergens heen gaat, of vraag je je af hoe het een in godsnaam met het ander samenhangt. Maar na zo’n 270 bladzijden in dit boek begonnen alle draden samen te komen en ontvouwde het verhaal zich op een prachtige manier.

Ik zou de Engelse versie alleen aanraden voor wie écht goed Engels kent en het probleemloos kan lezen, want de taal is niet gemakkelijk, en het is gewoon op zich ook al moeilijk om wegwijs te worden uit alle personages. Bovendien was het ook wat bizar om al die Nederlandse personages Engels te horen praten, dus ik denk dat in dit geval de Nederlandse vertaling een goede keuze kan zijn, die wellicht nog meer inleefbaarheid zal geven aan het verhaal.

Wie houdt van historische romans en niet bang is van een pittige kluif: happen maar. Je bent er even zoet mee, maar het is een heel mooi boek.

Choesels, een boek met ballen


Onlangs mocht ik een heel leuk boekje redigeren. Over het mysterieuze Brusselse gerecht ‘choesels’. Wie in Brussel woont of daar zijn roots heeft, kent het misschien – al zal dat in vele gevallen wellicht van horen zeggen zijn.

Choesels is een gerecht dat met een waas van mysterie en legenden is omgeven. Want wat zit er nu eigenlijk in die beroemde en beruchte stoofpot, die al eeuwen geleden vooral in Brussel werd klaargemaakt? Gaat het – zoals gefluisterd wordt – écht om stierentestikels, of toch om meer ‘onschuldig’ orgaanvlees?

In deze publicatie van Erfgoedcel Brussel gaan Danny Crauwels, Ghislaine Steps en Jo Van Caenegem op zoek naar de ware toedracht van de zaak. Ze speuren in het verleden naar de eerste sporen van choesels, ze onderzoeken oude recepten en verhalen, traceren beroemde liefhebbers van het gerecht, scheiden mythe van waarheid – kortom, ze schotelen je een verrukkelijk intrigerend boekje voor. Een boek voor lezers met… euh, welja, ballen, van welke kunne dan ook!

Choesels, een boek met ballen is verkrijgbaar via Erfgoedcel Brussel.

Graag gelezen: Laurens De Keyzer, Mensen die voorbijgaan

Sommige mensen zijn een heerlijkheid om te redigeren. Enfin, hun teksten, uiteraard. Daarom ben ik een klein beetje jaloers op de redacteur die aan dit boekje de finishing touch mocht geven, omdat het altijd weer zoiets kostbaars en broos is: mooie teksten onder handen krijgen en er dan de occasionele punten & komma’s in rechtzetten. Want meer doe je niet, met een tekst die goed zit.

Ooit mocht ik het zelf doen, een tekst van Laurens De Keyzer onder handen nemen. Ik trok meteen mijn fluwelen handschoenen aan, want ik kreeg de tekst – die kaderde in een boek waar meerdere auteurs bij betrokken waren – met een waarschuwing van de uitgever dat ik er geen jota aan mocht veranderen zonder de zegen van Laurens. Oei, dacht ik. Maar meteen daarop: ‘Dat zal wel loslopen.’

Dat liep wel los. Laurens bleek – behalve een vakman die pareltjes van teksten in elkaar smeedt – ook een flexibele auteur, die openstond voor suggesties voor de finishing touch. En vooral een heel aimabele mens.

Met sommige mensen heb je dat: het gevoel dat je een beetje zielsverwant bent. Nooit ontmoet, een paar e-mails mee uitgewisseld in functie van een redactieopdracht, en toch een beetje in het hart gesloten. Zonder aanwijsbare reden, behalve het intuïtieve aanvoelen dat je op eenzelfde golflengte zit, zonder dat daar veel woorden aan te pas moeten komen.

Dus toen ik hoorde dat Laurens De Keyzer een nieuw boek geschreven had, ging ik het meteen halen. Las erin, en was verkocht. Ontroerd, geraakt, een tikje weemoedig ook. Want Mensen die voorbijgaan gaat over mensen die er niet meer zijn – gestorven zijn. Het boekje is een reeks verhalen over afscheid nemen, herinneringen van de auteur aan mensen die hij heeft gekend, ontmoet, gezien, gesproken, graag gezien, en heeft zien gaan, heeft moeten laten gaan.

Het zet je aan het denken, zo’n boekje over afscheid en het einde. Maar meer nog dan over de dood – die mij persoonlijk niet zoveel schrik aanjaagt – deed het mij nadenken over het leven (al veel bangelijker). En over vriendschap, en intimiteit, verbondenheid met mensen. Want dat en zoveel meer spreekt uit de portretten in dit kleine, verfijnde boekje. Een mens die observeert met zoveel menselijkheid, die met een warm hart en een open oog naar anderen kijkt. Die er is, zelfs in de bange en soms hartverscheurende momenten op het einde. Die niet bang is om te geven: aandacht en tijd, aanwezigheid.

‘Mensen die voorbijgaan’ heeft mij aan het denken gezet. Over hoe ik zelf met mensen omga. Over hoe ver ik durf te gaan – of niet – in vriendschap. Over hoe eerlijk ik durf te zijn met anderen, over hoe het met ze gesteld is, met mij, met ons.

Een beetje zoals Oriah Mountain Dreamer schrijft in The Invitation:

I want to know
if you can sit with pain
mine or your own
without moving to hide it
or fade it
or fix it.

Laurens De Keyzer probeert niets te ‘fixen’ in zijn verhalen, zijn portretten. Hij observeert, hij vertelt, hij beschrijft. En hij raakt je. Omdat je beseft hoeveel je nog te leren hebt als het gaat om aanwezigheid en menselijkheid.

Sommige mensen zijn inderdaad een heerlijkheid.

Bedankt, Laurens.

Newtopia: de staat van de mensenrechten


In Mechelen is Newtopia van start gegaan, een tentoonstelling van hedendaagse kunst over het thema mensenrechten.

Op vier locaties in de stad zie je werk van meer dan 70 kunstenaars die zich over dit complexe thema buigen. Werk dat je doet nadenken, reflecteren, soms de neiging geeft om weg te lopen omdat het allemaal veel ingewikkelder is dan je zou willen, soms ook gefascineerd toekijken en dichterbij komen om meer te zien, in close-up alle details te bekijken.

Geen makkelijk onderwerp, maar boeiend en essentieel. Als westerling sta je er weinig bij stil hoeveel rechten je hebt, en is het moeilijk je de extremen voor te stellen van monddood gemaakt te worden of aan allerlei autoritaire instanties onderworpen te worden. De tentoonstelling zet je aan het denken en trekt je blik open naar alle hoeken van de wereld. Kritische kunst, boze kunst, provocerende kunst, maar ook best grappige en soms ontroerende kunst. Beelden waar je stil van wordt, beelden waar je ongemakkelijk van wordt.

Cartoon van Ali Ferzat

Geen angst echter dat het te heavy wordt… Doordat Newtopia op vier locaties plaatsvindt, heb je telkens een wandeling tussendoor om je hoofd wat te luchten en weer op adem te komen. En ondertussen ook van het mooie historische centrum van Mechelen te genieten.

Een aanrader is de catalogus, die interessante essays bevat over mensenrechten en vrije meningsuiting, een interview met Stéphane Hessel (een voorvechter van de mensenrechten van het eerste uur, die betrokken was bij de opstelling van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens in 1948 en die de afgelopen jaren in ruime kring bekend werd met zijn boek ‘Indignez-vous !’) en teksten van mensen die in het heetst van de mensenrechtenstrijd gezeten hebben, zoals onder meer Aung San Suu Kyi, Nobelprijswinnares voor de Vrede. Ook de deelnemende kunstenaars en hun werk worden op een beknopte & aantrekkelijke manier toegelicht.

Een uitgave van Ludion; samenstellers: Katerina Gregos (curator van Newtopia) & Elena Sorokina; grafisch ontwerp: BaseDesign; eindredactie Nederlandstalige editie: Mia Verstraete, tekstchirurg.

TRACK

Wie TRACK in Gent nog niet gezien heeft, heeft daar nog welgeteld twee weken voor. Allen daarheen, dus!

TRACK is een tentoonstelling van het S.M.A.K. die artistieke sporen trekt in de stad Gent. De tentoonstelling ligt in de lijn van eerdere grote stadstentoonstellingen, nl. Chambres d’Amis in 1986 en Over the Edges in 2000, waar Jan Hoet voor tekende. Net als toen gaat het om kunst in het stadsweefsel, maar TRACK is zeker geen replica van die eerdere tentoonstellingen – ze geeft een eigentijdse invulling aan wat kunst in de openbare ruimte vandaag betekent.

Ahmet Ögüt, The Castle of Vooruit

Voor TRACK gaan 41 kunstenaars uit binnen- en buitenland in dialoog met de stad. Ze hebben grondig kennisgemaakt met Gent, hebben zich verdiept in de sfeer en de eigenheid van de stad en geven daar met nieuw werk een artistiek weerwoord op. Het tentoonstellingsparcours gaat bewust ruimer dan het historische stadscentrum en zoekt ook de wijken op waar de doorsnee bezoeker normaal niet komt.


Bij de tentoonstelling verscheen een lijvige en zeer lezenswaardige catalogus. Curatoren Philippe Van Cauteren en Mirjam Varadinis lichten er in een interview met Chris Dercon het concept en de filosofie van TRACK toe. Het boek bevat essays van Boris Groys en Claire Bishop die respectievelijk ingaan op aspecten van cultuurtoerisme en de collaboratieve wending in de kunst, een tekst van Stefan Hertmans over ‘thuis zijn’, en uitvoerige toelichting in tekst & beeld bij de deelnemende kunstenaars en hun werken.

Een uitgave van Roma Publications. Mia Verstraete, tekstchirurg werkte mee aan de vertalingen (Engels-Nederlands en Duits-Nederlands).

Kamarama

Nog tot 1 augustus loopt in Brugge Kamarama, een internationaal kunstproject met als curator Kamagurka.

In de Garemijnzaal toont Kamagurka werk van kunstenaars die hem inspireren. Een boeiende en eigenzinnige collectie van werken die verrassen en beroeren. Bij deze tentoonstelling hoort een mooie catalogus, die is verschenen bij Stichting Kunstboek. Mia Verstraete, tekstchirurg werkte mee aan de eindredactie.

In het Arentshuis is werk van Kamagurka zelf te zien. In de afgelopen maanden werkte hij daar ook samen met bevriende kunstenaars. Het resultaat van die ateliers zie je eveneens in het Arentshuis.

Verder vind je in de stad een aantal ‘accidentalistische’ portretten: gezichten die aan Kamagurka’s verbeelding zijn ontsproten, maar waarvan hij hoopt/meent dat er ook wel echte mensen rondlopen die erop lijken. Wie zich (of iemand anders) in een van de portretten herkent, mag zich melden.

Wie Kamagurka enkel als cartoonist kent, moet zeker eens langsgaan in de Garemijnzaal en in het Arentshuis, om ook zijn artistieke inspiratiebronnen en zijn eigen werk als schilder te ontdekken. De tijd vliegt snel, augustus loert al om de hoek, dus koop snel een kaartje en ga erheen nu het nog kan.

X – een boek over 10 jaar Concertgebouw Brugge

Concertgebouw Brugge vierde in februari zijn tiende verjaardag. Het feestgedruis van de verjaardagsweek is ondertussen al wat geluwd, maar in de boekhandel ligt nog steeds een mooi verjaardagsboek.

‘X’ blikt terug in woord en beeld op het ontstaan en het eerste decennium van het Concertgebouw. Vanaf het allereerste begin, toen het allemaal nog een verre droom leek, over het ontwerp en de bouw – een architecturaal feit dat veel stof deed opwaaien en internationaal hoog scoorde – tot de eerste tien jaar van de werking, waarin Concertgebouw Brugge erkenning verwierf in binnen- en buitenland.

Het boek bevat een overzicht van de ontstaansgeschiedenis, de huidige werking en belangrijke sleutelmomenten uit de afgelopen tien jaar; essays over muziek, dans, actuele kunst en de architectuur van het Concertgebouw; getuigenissen van mensen die nauw bij het huis betrokken zijn; gedichten en een reeks foto’s die de eigenheid van het gebouw in beeld brengen.

Teksten van Geert Van der Speeten, Tom Eelen, Lieve Dierckx, Marianne Van Kerkhoven, Iwan Strauven, Annelies Vantyghem, Peter Verhelst, Katrien Van Eeckhoutte, Jeroen Vanacker, Mia Verstraete en Laurens De Keyzer; foto’s van Filip Dujardin en David Samyn.
Studio Jurgen Maelfeyt tekende voor de vormgeving en de eindredactie was in handen van de tekstchirurg.

Wie dit mooie feestboek graag wil kopen: je vindt het in de boekhandel, bij Concertgebouw Brugge of online bij uitgeverij Lannoo.

Tot altijd – het boek

Tot altijd, het boek bij de film van Nic Balthazar, ligt sinds kort in de boekhandel.
De film gaat over Mario Verstraete, die in 2002 als eerste in België officieel gebruikmaakte van de nieuwe wet over euthanasie. Zowel politiek als persoonlijk, als MS-patiënt, had hij zich sterk ingezet voor die wetgeving.
Het boek gaat dieper in op de persoon en de familie van Mario, vertelt hoe de film tot stand kwam en schetst de wetgeving en het ruimere debat over euthanasie. Het bevat ook stills en dialoogfragmenten uit de film.

Nic Balthazar vertelt hoe hij Mario persoonlijk leerde kennen en hoe hij tot het maken van deze film kwam. Hij reflecteert over dood en leven, en over onze onmacht en onwennigheid om bewust met het einde om te gaan. Bespiegelingen die net als de film onder de huid kruipen en die de man achter het filmpersonage tonen, maar ook het thema breder uitvergroten tot waar het elk van ons raakt.

Marijke Libert volgde destijds Mario Verstraete en zijn familie in een reeks interviews voor De Morgen. In dit boek zijn een aantal van die interviewfragmenten opnieuw opgenomen. Ze worden aangevuld met fragmenten uit nieuwe gesprekken die ze nu, tien jaar later, met de ouders van Mario had. Uit deze interviews komt een beeld naar voren van iemand die heel bewust met zijn levenseinde omging en een familie die hem op een ongelooflijk warme en sterke manier ondersteunde in zijn keuze.

Mia Verstraete (ondergetekende) ging praten met zeven experten die thuis zijn op het terrein van levenseinde, euthanasie, palliatieve zorg en stervensbegeleiding: Johan Bilsen, Marc Cosyns, Marc Desmet, Wim Distelmans, Manu Keirse, Rik Torfs en Etienne Vermeersch.

Aan de hand van hun deskundige commentaar en opinies worden de wetgeving en het debat over euthanasie in mensentaal uitgelegd. Wat staat er in de wet over euthanasie en andere medische beslissingen over het levenseinde? Hoe kwam die wetgeving tot stand? Wat is de relatie tussen palliatieve zorg en euthanasie? Hoe vaak komt euthanasie voor? Kun je vooraf bepalen dat je je leven wilt laten beëindigen als je bijvoorbeeld diep dement wordt of aan een andere zware ziekte lijdt?

Ook een aantal ethische kwesties komen aan bod, bv. sociale druk op zieke ouderen, zelfbeschikking vs. solidariteit en impact op de omgeving, katholieke en vrijzinnige perspectieven op euthanasie,… De experten zijn het niet altijd met elkaar eens; hun visies staan soms naast elkaar, soms lijnrecht tegenover elkaar, maar juist daardoor geven ze een boeiende blik op het geheel.

Wie door de fim ‘Tot altijd’ geraakt was en meer wil weten over de persoon Mario Verstraete en zijn keuze, wie wil meekijken over de schouder van de regisseur en zien hoe hij tot deze knappe film kwam, en wie graag meer wil weten over hoe dat nu eigenlijk zit met euthanasie en keuzes rond het levenseinde in ons land: dit boek is voor jou.

P.S. Voor wie de film nog niet gezien heeft: doe dat eerst en vooral, en neem een paar zakdoeken mee. Heel ontroerend, maar wees gerust: er valt ook veel te lachen.

P.P.S. Voor wie het zich afvroeg: ik ben geen familie van Mario, enkel toevallig een naamgenoot.

Het uitroepteken


Het idee voor deze blogpost zat al in mijn gedachten net na het schrijven van de vorige, en dat is inmiddels bijna drie maanden geleden. Kun je nagaan hoeveel weerstand ik heb tegen het uitroepteken.

Want het is ook een monster! Niet zo erg als de puntkomma, maar toch, het is er verre familie van in zijn irritatiefactor.

Een uitroepteken geeft kracht aan een zin, maar vaak doet het dat met zoveel bombarie dat al die kracht verloren gaat.

Mijn motto is: less is more. Vergelijk dat met: less is more! Nadrukkelijk gillen, met de borst vooruit. Je ziet het zo voor je. Je ziet het zo voor je! Toch?!

Nog erger is het als iemand twee uitroeptekens na elkaar gebruikt. Dat is werkelijk nergens voor nodig!! Twee uitroeptekens (of meer) naast elkaar hebben hoegenaamd geen enkele cumulatieve kracht. Integendeel, ze verwateren het effect waar je bij staat. Hoe meer uitroeptekens je nodig hebt, hoe minder kracht er uitgaat van je woorden zelf. Als je er zoveel bewijsmateriaal aan moet toevoegen, dan is je mededeling al geïmplodeerd nog voor ze er goed en wel staat.

Een uitroepteken kan. Een zeldzame keer. Om iets écht heel krachtig te onderstrepen. Maar het wordt vaak op een proselytische manier gebruikt, om mensen te overtuigen van het eigen groot gelijk. Met de vuist op tafel te slaan.

Het uitroepteken ruikt naar propaganda en pamfletten. Kameraden! Waarde landgenoten! Het heeft zo’n verheven bezielingsdrang en overtuigingsijver dat ik er niet goed van word. En als ik over het uitroepteken schrijf, ga ik vanzelf dure en grote woorden gebruiken. Want voor het uitroepteken is het ondermaanse niet goed genoeg. Neen! Het moet groot, ronkend en verheven klinken om gewaagd te zijn aan de explosieve munitie onder in dat kleine puntje, dat de streep naar boven doet knallen. Romantiek, mijn beste! Verheven, bovennatuurlijke krachten! 19de-eeuwse interpunctie!

Ach, een vriend van het uitroepteken zal ik nooit worden. Ik gun ieder diertje zijn pleziertje, maar vraag mij niet om uitroeptekens te gebruiken. Ik roep niet graag, en zeker niet al schrijvend. Liever bedien ik mij van een punt om rustig en beslist een einde te zetten achter een mededeling. Zonder bombarie, zonder gedruis.

Blijkbaar ben ik niet de enige die een aversie heeft tegen het uitroepteken, want al researchend kwam ik goed gezelschap tegen.
Veel kijkplezier!

drs. P.: Het uitroepteken

Seinfeld: Elaine and Mr Lippman

Seinfeld: The Sniffing Accountant

De puntkomma

‘If you really want to hurt your parents, and you don’t have the nerve to be a homosexual, the least you can do is go into the arts. But do not use semicolons. They are transvestite hermaphrodites, standing for absolutely nothing. All they do is show you’ve been to college.’

(Kurt Vonnegut, Knowing What’s Nice)

Een halfslachtig gedrocht

Wie mij een beetje kent, weet dat ik geen groot liefhebber ben van de puntkomma. Dat heeft zo zijn redenen.

De puntkomma is een gedrocht; het is een leesteken dat een beetje van dit en een beetje van dat wil zijn. Het geeft een scheidingsmarkering aan tussen twee zinnen, maar net niet genoeg om een punt te zijn en net te veel om een komma te zijn.

Ik vind: kies wat je wil zeggen. Ofwel geef je een markering tussen twee zinsdelen, en dan gebruik je een komma, ofwel onderscheid je duidelijk twee zinnen. En dan is een punt al wat je nodig hebt. (Over het uitroepteken hebben we het later nog wel eens! Of over het beletselteken met zijn insinuerende ondertoon …)

Zwaarte versus rustpunten

Een puntkomma geeft zwaarte aan een zin; hij vraagt van de lezer bovennatuurlijke concentratie, want je gaat maar oeverloos door. Een puntkomma zegt: ‘Wacht nog even, want ik ben nog niet helemaal klaar met mijn gedachtegang’, en dan moet je als lezer je verstand op scherp zetten; je moet een hele zin in je kortetermijngeheugen bewaren, om dan de volgende eraan te breien in je verstand. Een beetje menslievende schrijver ontziet zijn lezer en geeft hem voldoende rustpunten.

Een punt geeft aan dat je als lezer de zin mag opbergen in je langetermijngeheugen en mag overgaan naar de volgende zin. Punt, afgesloten, gezegd wat is gezegd. Een puntkomma laat je hangende als lezer; je verwacht een vervolg, maar daarvoor moet je je inspannen; je krijgt de zin verdomd niet cadeau.

Ontzie je lezer

Wees lief voor je lezer en ontzie hem een beetje. Hij moet al zoveel lezen op een dag. Spaar zijn vermoeide hersenen en leid hem door de golven van je taal op een manier die geen zwoegwerk vereist. Geef hem rustpunten, haltes op de route van je verhaal. Hij zal je belonen door je tekst uit te lezen tot op het einde. En dat zal geen bitter einde zijn als je de puntkomma zo veel mogelijk achterwege laat.

Uiteraard gebeurt het wel eens dat een puntkomma op zijn plaats is. Als een punt écht te veel is en een komma echt te weinig. Of als je een opsomming moet maken waar duo’s in voorkomen, bv.: ‘Parijs, Frankrijk; Berlijn, Duitsland; London, Groot-Brittannië’. In die zeldzame gevallen moet je het ook maar gewoon gebruiken zonder kunst- en vliegwerk om het te omzeilen. Maar anders vind ik een puntkomma een hoogst ergerlijke uitvinding, die op z’n hoogst in een smiley tot haar recht komt. En dan nog …

P.S.
Uiteraard is dit mijn hoogstpersoonlijke visie; wie neutralere theoretische informatie wil over de puntkomma zal op Taaladvies.net lezen dat dit leesteken een nauw verband tussen twee zinnen aangeeft. Maar als je het mij vraagt, wordt de puntkomma vaak misbruikt op een manier die geen dergelijk verband aangeeft. En daarover gaat mijn ergernis.