Resilience

Resilience is when you fall down, you graze your knees, you hurt yourself badly and you cry – and then you get up again.

Resilience is knowing that there’s one place better than down in the gutter: up on eye level, where you can see the world from a little higher, with a tiny little bit more perspective.

Resilience means that despite the pain, the sorrow, the anxiety, the hurt and shame, you give it one more try and get up again – sometimes against all odds. But there’s no point in staying down, so you get up and try again.

Resilience means you keep believing, keep going, even after the umpteenth fall and zillionth blow. It takes a bit of folly to get up time and again, but what’s the alternative? Right.

That’s resilience.

Back to Mia’s favourite words

Labour of love

I love editing. I can’t help it. There’s something so nice about making someone else’s text better. It’s truly not about correcting mistakes and knowing things better than the author. It’s about seeing the higher potential in a text and chipping away the imperfections, polishing the text sculpture until it’s smooth and beautiful. Yep, it’s a labour of love, at the service of the author.

Käpt’n Blaubär

Een van mijn lievelingsboeken in het Duits is Die 13 1/2 Leben des Käpt’n Blaubär van Walter Moers (ook wel bekend van Das kleine Arschloch, maar dat is weer een ander verhaal).

Käpt’n Blaubär gaat al lang mee in mijn leven. Toen ik nog studeerde, keek ik op zondag vaak naar Die Sendung mit der Maus op WDR. Samen met Lindenstrasse was het een van mijn favoriete manieren om de zondag te verdrijven.

Die Sendung mit der Maus was – en is nog steeds, denk ik – een fijn educatief programma voor kinderen, waarin je op speelse wijze allerlei dingen te weten kwam waarin je geen barst geïnteresseerd was, maar die toch hoogst interessant bleken. En en passant leerde je ook nog eens Duits, wat meegenomen was.

Een van de vaste rubrieken was Käpt’n Blaubär, die aan zijn drie kleinzonen wilde zeemansverhalen vertelde, met een norddeutsche tongval (waarin je bv. /Strasse/ zegt en niet /Shtrasse/). Altijd geweldig amusant.

En zo kreeg ik vele jaren later ‘Die 13 1/2 Leben des Käpt’n Blaubär’ cadeau. Het is een geweldige avonturenroman, met de wildste, onmogelijkste fantasiefiguren. Ik heb het indertijd in één ruk uitgelezen – of toch in een paar stevige rukken, want het is een turf van 700 bladzijden – en heb er ontzettend van genoten. In het bijzonder van de Pterodaktylus Salvatus of Rettungssaurier, een rondvliegend prehistorisch dier dat levens redt in letzter Sekunde… Spanning verzekerd.

En natuurlijk zijn er ook de tientallen andere fabelachtige figuren, steevast vergezeld van een uitleg uit het Lexikon der erklärungsbedürftigen Wunder, Daseinsformen und Phänomene Zamoniens und Umgebung van Prof. Dr. Abdul Nachtigaller.

Ach, je moet het gewoon gelezen hebben om te weten wat er zo geweldig aan is. Gegarandeerd genieten. Is je Duits niet goed genoeg om een dikke klepper in het origineel te lezen? Geen nood, dit boek is vertaald als De 13 1/2 levens van Kap’tein Blauwbeer. Veel plezier ermee!

Terug naar de boekenhoek

Jerk

Don’t tell anyone, but I love the word ‘jerk’. It’s one of my favourite terms of abuse in English. Mind you, I use it in the most loving way, because, oddly enough, I reserve it only for men I really like. (And sometimes for women, for lack of a female equivalent.) That’s how weird my mind is. If they get on my nerves and push my buttons too hard because they know me too well, I throw the J-word at them. I know they won’t mind. Some of them even consider it a term of honour. And rightly so, because that’s exactly how I mean it.

I like the liberating distance that foreign language speakers have towards terms of abuse and ‘bad’ words in that language. There’s no taboo on a word until you learn there is one. Until someone tells you ‘Don’t use that word in public’, it’s just a word. You can even like the sound of it, without paying much attention to the meaning.

I do cringe when foreign language speakers use swearwords in Dutch, though. When someone throws a ‘godverdomme’ at me just for the heck of it, I back off and cringe a little. I want to cover my ears and yell at them: ‘Not so loud!’ It’s like they’re throwing a bomb at me and saying: ‘Hey, ain’t this fun? Look at the colours and the sound effects!’ That’s the playful attitude only a foreign language speaker can have towards swearwords and ‘bad’ language.

And that, dear audience, is why I reserve the word ‘jerk’ for only my most favourite of men (and sometimes women). Friends and dear ones who I know can take it. If they push my buttons, I will push back. I will throw a bit of verbal firework at them. It’s just another way of saying: ‘Hey, I really like you, but don’t tell anyone.’

Back to Mia’s favourite words

Roadsings

My hands typed this new creation of their own accord. I like it. It reminds me of the Sirens in the Odyssey. Or that line from the film Australia: “I will sing you to me.”

When you stray from your right path in life, the roadsings will let you know. They will sing a dark and gloomy song until you return to your main road. Then other roadsings will begin to hum a nice little melody.

Back to Mia’s favourite words

Ochtendpagina’s

Geen inspiratie? Zit je uren op het witte blad te turen? Verveeld met je vingers te draaien terwijl je wikt en weegt welk woord je als eerste op het scherm zou kegelen? Om er dan met een mengeling van walging en verwondering naar te kijken, er een duwtje aan te geven met je cursor, als met een houten stokje, om te zien of het beweegt. Als schrijven gruwelen is, afzien en sterven, dan moet je misschien maar eens ontspannen errond.

Misschien is je schrijfkanaal gewoon verstopt door te veel censuur, innerlijke controle en kwaliteitsbewaking.

Ochtendpagina’s – een techniek van de Amerikaanse schrijfster Julia Cameron – zijn een prima manier om de schrijfstroom weer aan het vloeien te krijgen. Lees er meer over in dit webdossier.

Loving a text into existence

So nice when you start off with a handful of very, very rough information and then you do some research and start writing and aligning with the subject, basically loving a text into existence (‘cause you can’t write well about something you don’t bother to get interested in), and lo and behold: at the end you reread what you’ve written and you think ‘Darn, this is good!’ I love that about my job.

Egomassage

Geef toe, een goede egomassage doet deugd. Als weldenkende, verlichte wereldburgers, beïnvloed door filosofische stromingen uit Oost en West, koesteren velen het idee dat een ego iets slechts is, of op zijn minst iets waar je niet teveel van moet etaleren. In sommige kringen wordt het meer geaccepteerd dan in andere, en wordt het als een gezonde noodzaak gezien, eerder dan een noodzakelijk kwaad. Ik vind een ego een mooi ding om te hebben en verstandig te gebruiken. En alle would-be-verlichting ten spijt: zonder ego geraak je niet ver. Als het af en toe eens heerlijk gestreeld, gekneed en gemasseerd mag worden, dan kan een mens weer lekker verder, op naar de verlichting.

Terug naar Mia’s mooiste woorden