Jerk

Don’t tell anyone, but I love the word ‘jerk’. It’s one of my favourite terms of abuse in English. Mind you, I use it in the most loving way, because, oddly enough, I reserve it only for men I really like. (And sometimes for women, for lack of a female equivalent.) That’s how weird my mind is. If they get on my nerves and push my buttons too hard because they know me too well, I throw the J-word at them. I know they won’t mind. Some of them even consider it a term of honour. And rightly so, because that’s exactly how I mean it.

I like the liberating distance that foreign language speakers have towards terms of abuse and ‘bad’ words in that language. There’s no taboo on a word until you learn there is one. Until someone tells you ‘Don’t use that word in public’, it’s just a word. You can even like the sound of it, without paying much attention to the meaning.

I do cringe when foreign language speakers use swearwords in Dutch, though. When someone throws a ‘godverdomme’ at me just for the heck of it, I back off and cringe a little. I want to cover my ears and yell at them: ‘Not so loud!’ It’s like they’re throwing a bomb at me and saying: ‘Hey, ain’t this fun? Look at the colours and the sound effects!’ That’s the playful attitude only a foreign language speaker can have towards swearwords and ‘bad’ language.

And that, dear audience, is why I reserve the word ‘jerk’ for only my most favourite of men (and sometimes women). Friends and dear ones who I know can take it. If they push my buttons, I will push back. I will throw a bit of verbal firework at them. It’s just another way of saying: ‘Hey, I really like you, but don’t tell anyone.’

Back to Mia’s favourite words

Roadsings

My hands typed this new creation of their own accord. I like it. It reminds me of the Sirens in the Odyssey. Or that line from the film Australia: “I will sing you to me.”

When you stray from your right path in life, the roadsings will let you know. They will sing a dark and gloomy song until you return to your main road. Then other roadsings will begin to hum a nice little melody.

Back to Mia’s favourite words

Ochtendpagina’s

Geen inspiratie? Zit je uren op het witte blad te turen? Verveeld met je vingers te draaien terwijl je wikt en weegt welk woord je als eerste op het scherm zou kegelen? Om er dan met een mengeling van walging en verwondering naar te kijken, er een duwtje aan te geven met je cursor, als met een houten stokje, om te zien of het beweegt. Als schrijven gruwelen is, afzien en sterven, dan moet je misschien maar eens ontspannen errond.

Misschien is je schrijfkanaal gewoon verstopt door te veel censuur, innerlijke controle en kwaliteitsbewaking.

Ochtendpagina’s – een techniek van de Amerikaanse schrijfster Julia Cameron – zijn een prima manier om de schrijfstroom weer aan het vloeien te krijgen. Lees er meer over in dit webdossier.

Loving a text into existence

So nice when you start off with a handful of very, very rough information and then you do some research and start writing and aligning with the subject, basically loving a text into existence (‘cause you can’t write well about something you don’t bother to get interested in), and lo and behold: at the end you reread what you’ve written and you think ‘Darn, this is good!’ I love that about my job.

Egomassage

Geef toe, een goede egomassage doet deugd. Als weldenkende, verlichte wereldburgers, beïnvloed door filosofische stromingen uit Oost en West, koesteren velen het idee dat een ego iets slechts is, of op zijn minst iets waar je niet teveel van moet etaleren. In sommige kringen wordt het meer geaccepteerd dan in andere, en wordt het als een gezonde noodzaak gezien, eerder dan een noodzakelijk kwaad. Ik vind een ego een mooi ding om te hebben en verstandig te gebruiken. En alle would-be-verlichting ten spijt: zonder ego geraak je niet ver. Als het af en toe eens heerlijk gestreeld, gekneed en gemasseerd mag worden, dan kan een mens weer lekker verder, op naar de verlichting.

Terug naar Mia’s mooiste woorden

Persoonschemie

Wat maakt dat het klikt tussen twee personen? ‘Le coeur a ses raisons que la raison ne connaît point’, zei Pascal al. Persoonschemie is dat onverklaarbare, alchemistische gevoel tussen twee personen dat maakt dat er vertrouwen is, humor, oneindigheid en grenzeloosheid, diepte van plezier en inzicht. Op je gemak zijn, jezelf zijn, aangetrokken worden zonder dat het onwennig wordt, zonder dat het verwachtingen schept. Weten dat je veilig bent bij iemand anders. Dat en nog zoveel meer is persoonschemie.

Het woord bestaat officieel niet in het Nederlands – het staat niet in het Groene Boekje, noch in Van Dale – maar ik heb het geleerd in Zweden, waar ‘personkemi’ direct tot mijn favoriete woorden ging behoren. En sindsdien bestaat het ook in het Nederlands voor mij. Want uiteindelijk zijn wij het die woorden uitvinden en importeren. En waarom niet eens uit het Zweeds, voor de verandering?

Illustratie: (c) Sandra Fauconnier

Terug naar Mia’s mooiste woorden

Hartstocht


Moet hier uitleg bij? Een mooi woord en een prachtig begrip, vol passie en vuur, maar anders, hartelijker. Niet zo stomend heet als passie, niet zo’n verzengende hitte, maar onbesuisd, stormachtig vanuit het hart, als een wervelende wind die tekeergaat en emoties met zich meeslingert op zijn weg naar buiten. Maar constructiever, goedbedoeld, voor zover het hart bedoelingen kan hebben. Als een tocht die door het hart trekt omdat de deur openstaat en het hart zich geen blijf weet met zoveel inhoud dat het wel naar buiten moet, onbedaarlijk, niet te temmen. Pure hartstocht.

Illustratie: (c) Sandra Fauconnier

Terug naar Mia’s mooiste woorden

Roekeloos

Wat is het toch met die ‘loze’ woorden? Ze hebben iets bevrijdends, vind ik. Wat zou ‘roek’ dan zijn? Is het verwant met ‘rücksichtslos’ en ‘reckless’? Vast wel. Geen omkijken, gewoon vooruitstormen, zonder dralen of talmen, zonder je te laten tegenhouden door ingebeelde of voorgestelde risico’s.

‘Yes, he was always so. Impulsive, boyish, rushing towards what he wanted, never weighing costs.’ (Marion Zimmer Bradley, The Mists of Avalon)

Illustratie: (c) Sandra Fauconnier

Terug naar Mia’s mooiste woorden